G-rekening wordt vervangen door depotsysteem
Op 1 juli 1982 is de hoofdelijke aansprakelijkheid van aannemers van werk en van inleners van personeel voor betalingen van premies en loon- en omzetbelasting ingevoerd. Ter beperking van hun aansprakelijkheid kunnen aannemers en inleners de belasting- en premiecomponent van de facturen die zij in dit verband ontvangen storten op een speciale geblokkeerde rekening van de onderaannemer of de uitlener. Op deze g-rekeningen heeft de Belastingdienst een eerste pandrecht. De rekeninghouder kan het saldo van de g-rekening alleen maar besteden aan de betaling van loon- en omzetbelasting en sociale verzekeringspremies. Bij doorbesteding van een werk of doorlenen van personeel mogen bedragen van de g-rekening worden doorgestort naar andere g-rekeningen.
Naast het formele g-rekeningensysteem is er een informeel systeem ontstaan waarbij de belasting- en premiecomponent van een factuur op een rekening van de Belastingdienst wordt gestort. De Belastingdienst houdt deze bedragen in 'depot' voor de betreffende onderaannemer of uitlener. De systematiek van g-rekeningen is verouderd. Daarom is er nu een wetsvoorstel ingediend om de g-rekeningen te vervangen door een wettelijk depotstelsel. Dat bestaat uit een bankrekening van de ontvanger van de belastingdienst (de vrijwaringsrekening) waarop aannemers en inleners bedragen kunnen storten in het depot van hun onderaannemers en uitleners.
De ontvanger houdt op verzoek van een uitlener of een onderaannemer een depot voor hem aan. Deze depotbegunstigde kan over het depot beschikken voor de voldoening van loonbelasting, omzetbelasting of sociale verzekeringspremies of voor de overboeking naar andere depots. In zoverre verandert er weinig ten opzichte van de huidige systematiek.
Als een depotbegunstigde in gebreke is met betaling van belasting- of premieschulden is de ontvanger bevoegd tot betaling over te gaan.
Het tegoed van een depot is niet vatbaar voor beslag en verpanding en kan niet worden overgedragen.
Op 1 juli 1982 is de hoofdelijke aansprakelijkheid van aannemers van werk en van inleners van personeel voor betalingen van premies en loon- en omzetbelasting ingevoerd. Ter beperking van hun aansprakelijkheid kunnen aannemers en inleners de belasting- en premiecomponent van de facturen die zij in dit verband ontvangen storten op een speciale geblokkeerde rekening van de onderaannemer of de uitlener. Op deze g-rekeningen heeft de Belastingdienst een eerste pandrecht. De rekeninghouder kan het saldo van de g-rekening alleen maar besteden aan de betaling van loon- en omzetbelasting en sociale verzekeringspremies. Bij doorbesteding van een werk of doorlenen van personeel mogen bedragen van de g-rekening worden doorgestort naar andere g-rekeningen.
Naast het formele g-rekeningensysteem is er een informeel systeem ontstaan waarbij de belasting- en premiecomponent van een factuur op een rekening van de Belastingdienst wordt gestort. De Belastingdienst houdt deze bedragen in 'depot' voor de betreffende onderaannemer of uitlener. De systematiek van g-rekeningen is verouderd. Daarom is er nu een wetsvoorstel ingediend om de g-rekeningen te vervangen door een wettelijk depotstelsel. Dat bestaat uit een bankrekening van de ontvanger van de belastingdienst (de vrijwaringsrekening) waarop aannemers en inleners bedragen kunnen storten in het depot van hun onderaannemers en uitleners.
De ontvanger houdt op verzoek van een uitlener of een onderaannemer een depot voor hem aan. Deze depotbegunstigde kan over het depot beschikken voor de voldoening van loonbelasting, omzetbelasting of sociale verzekeringspremies of voor de overboeking naar andere depots. In zoverre verandert er weinig ten opzichte van de huidige systematiek.
Als een depotbegunstigde in gebreke is met betaling van belasting- of premieschulden is de ontvanger bevoegd tot betaling over te gaan.
Het tegoed van een depot is niet vatbaar voor beslag en verpanding en kan niet worden overgedragen.