Foute invoer gegevens in computer verhindert navordering

Voor het opleggen van een navorderingsaanslag is vereist dat de Belastingdienst beschikt over een zogenaamd nieuw feit, dat wil zeggen iets dat bij het vaststellen van de eerdere aanslag nog niet bekend was. Wanneer de Belastingdienst bij het vaststellen van een aanslag een zogenaamde schrijf- of typefout heeft gemaakt kan deze fout worden hersteld door het opleggen van een navorderingsaanslag, ook al is er geen nieuw feit. Dat geldt niet als de fout het gevolg is van een bepaalde werkwijze waarvoor de Belastingdienst heeft gekozen. In een dergelijk geval zijn de gevolgen van de keuze voor die werkwijze voor rekening van de Belastingdienst. Voorbeelden zijn systeemfouten in de automatisering en fouten als gevolg van een onzorgvuldige werkwijze met beperkte controle. De Hoge Raad heeft inmiddels in een aantal arresten uiteengezet wanneer er sprake is van een schrijf- of typefout en wanneer er sprake is van een systeemfout. Van een systeemfout was sprake in het volgende geval. In de aangifte inkomstenbelasting over het jaar 2000 vermeldde iemand een verlies uit aanmerkelijk belang van ƒ 120.000. Volgens de wet kon 25 % van een dergelijk verlies, dus ƒ 30.000 verrekend worden. In plaats daarvan verrekende de Belastingdienst zowel bij de voorlopige aanslag als bij de definitieve aanslag het volledige bedrag van het verlies. De Hoge Raad stond navordering niet toe. De fout was het gevolg van een onjuiste gegevensverwerking (door personen of automatiseringssystemen) die uit een door de Belastingdienst gekozen werkwijze voortvloeide. De gevolgen van deze keuze waren voor rekening van de Belastingdienst.
Voor het opleggen van een navorderingsaanslag is vereist dat de Belastingdienst beschikt over een zogenaamd nieuw feit, dat wil zeggen iets dat bij het vaststellen van de eerdere aanslag nog niet bekend was. Wanneer de Belastingdienst bij het vaststellen van een aanslag een zogenaamde schrijf- of typefout heeft gemaakt kan deze fout worden hersteld door het opleggen van een navorderingsaanslag, ook al is er geen nieuw feit. Dat geldt niet als de fout het gevolg is van een bepaalde werkwijze waarvoor de Belastingdienst heeft gekozen. In een dergelijk geval zijn de gevolgen van de keuze voor die werkwijze voor rekening van de Belastingdienst. Voorbeelden zijn systeemfouten in de automatisering en fouten als gevolg van een onzorgvuldige werkwijze met beperkte controle. De Hoge Raad heeft inmiddels in een aantal arresten uiteengezet wanneer er sprake is van een schrijf- of typefout en wanneer er sprake is van een systeemfout. Van een systeemfout was sprake in het volgende geval. In de aangifte inkomstenbelasting over het jaar 2000 vermeldde iemand een verlies uit aanmerkelijk belang van ƒ 120.000. Volgens de wet kon 25 % van een dergelijk verlies, dus ƒ 30.000 verrekend worden. In plaats daarvan verrekende de Belastingdienst zowel bij de voorlopige aanslag als bij de definitieve aanslag het volledige bedrag van het verlies. De Hoge Raad stond navordering niet toe. De fout was het gevolg van een onjuiste gegevensverwerking (door personen of automatiseringssystemen) die uit een door de Belastingdienst gekozen werkwijze voortvloeide. De gevolgen van deze keuze waren voor rekening van de Belastingdienst.
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u