Forfaitair rendement buitenlandse beleggingsinstelling
Onder de wet op de inkomstenbelasting 1964 werd aan aandelen in een in het buitenland gevestigde beleggingsinstelling een forfaitair rendement toegerekend. Volgens Hof Den Bosch gold dit rendement ook in het geval de belegginginstelling in de loop van het jaar naar het buitenland werd verplaatst. Een redelijke wetstoepassing leidde dan wel tot berekening van dit forfaitaire rendement naar tijdsgelang. De berekening van de inspecteur, die het aantal dagen in het jaar, dat de vennootschap niet in Nederland was gevestigd, als uitgangspunt nam, was volgens het Hof akkoord. Onder de huidige wetgeving is deze bepaling alleen voor aanmerkelijk belanghouders van toepassing; voor andere aandeelhouders valt de belegging in box 3.
Onder de wet op de inkomstenbelasting 1964 werd aan aandelen in een in het buitenland gevestigde beleggingsinstelling een forfaitair rendement toegerekend. Volgens Hof Den Bosch gold dit rendement ook in het geval de belegginginstelling in de loop van het jaar naar het buitenland werd verplaatst. Een redelijke wetstoepassing leidde dan wel tot berekening van dit forfaitaire rendement naar tijdsgelang. De berekening van de inspecteur, die het aantal dagen in het jaar, dat de vennootschap niet in Nederland was gevestigd, als uitgangspunt nam, was volgens het Hof akkoord. Onder de huidige wetgeving is deze bepaling alleen voor aanmerkelijk belanghouders van toepassing; voor andere aandeelhouders valt de belegging in box 3.