
De winst die een BV maakt is belast met vennootschapsbelasting. Voor BV’s die optreden als fondsenwerver voor een instelling die het algemeen nut beoogt (ANBI) geldt dat het bedrag dat de BV uitkeert aan de ANBI in aftrek komt op de winst. De BV moet tot deze uitkering verplicht zijn op grond van haar statuten of op grond van een schriftelijke overeenkomst.
In een procedure over de winst van een BV, die een taleninstituut dreef, stelde de inspecteur zich op het standpunt dat de BV geen fondswervend lichaam was. Volgens de inspecteur waren de activiteiten van de BV voor het publiek niet kenbaar als een vorm van fondsenwerving. De tekst van de wet schrijft dat echter niet voor. Het is volgens Hof Den Bosch toegestaan om met commerciële activiteiten fondsen te werven die in aftrek op de winst komen van de BV indien zij worden uitgekeerd aan een ANBI.
Het hof is van oordeel dat een fondsenwervende BV niet haar gehele winst hoeft uit te keren. Als criterium voor aftrek geldt dat de werkzaamheden van de BV uitsluitend of nagenoeg uitsluitend zijn gericht op de verkrijging van fondsen die zullen worden uitgekeerd aan een ANBI.
Als subsidiair standpunt nam de inspecteur in dat geen sprake is van fondsenwerving zolang er geen overeenkomst bestaat waarin de BV zich verplicht tot uitkering.
Volgens het hof is vereist dat de fondswervende activiteiten gericht zijn op uitkering. Daarom geldt als uitgangspunt dat op het moment dat de fondswervende activiteiten worden verricht er een kwalificerende overeenkomst bestaat.
In dit geval werd pas in de loop van het kalenderjaar een dergelijke overeenkomst gesloten. Dat had tot gevolg dat slechts een deel van de winstuitkering aftrekbaar was.