
Bij de Tweede Kamer is in behandeling een voorstel om de Invorderingswet 1990 te wijzigen. De maatregelen ter bestrijding van de financiële crisis, het fiscaal stimuleringspakket en overige maatregelen zijn door de staatssecretaris van Financiën verwerkt in de vierde nota van wijziging bij dit wetsvoorstel. Het nader rapport dat bij deze nota van wijziging behoort, is naar de Tweede Kamer gestuurd. Inmiddels is een vijfde nota van wijziging ingediend bij de Tweede Kamer. Deze nota van wijziging bevat vier voorstellen:
1. verhoging van de maximale vergrijpboete voor het niet aangeven van box 3 inkomen naar 300%;
2. wijziging in het tonnageregime voor de zeescheepvaart;
3. verduidelijking van de uitbreiding van de energie-investeringsaftrek;
4. een redactionele aanpassing van de voorgestelde wijziging van de Comptabiliteitswet 2001.
Ad 1. Bij ontdekking van verzwegen buitenlands inkomen en vermogen kan de belastingdienst over een periode van twaalf jaren belasting naheffen. De boete die daarbij opgelegd kan worden bedraagt op dit moment maximaal 100% van de verschuldigde belasting. Omdat deze boete niet in verhouding staat tot de ernst van het beboetbare feit wil het kabinet de maximale boete verhogen tot 300%. Deze verhoging geldt alleen voor het belastbaar inkomen uit sparen en beleggen (box 3 inkomen), ongeacht of het gaat om buitenlandse of binnenlandse inkomsten.
Ad
Ad 3. Een van de maatregelen die in de vierde nota van wijziging is opgenomen is een tijdelijke uitbreiding van de energie-investeringsaftrek voor investeringen in bestaande woonhuizen die zijn bestemd voor de verhuur. In de vijfde nota van wijziging is een definitie van bestaande woonhuizen opgenomen. Elk woonhuis dat gereed is en geschikt is voor gebruik is een bestaand woonhuis. Daarmee wordt aangesloten bij de terminologie in de Woningwet. Woonhuizen in aanbouw vallen dus niet onder de uitbreiding van de energie-investeringsaftrek.