Financien wijst beleggingsverzekeringen aan als pensioenregelingen

Volgens de staatssecretaris van Financien voldoen pensioenregelingen met uitkeringen in beleggingseenheden (uitkeringen op universal life/unit-linked basis) niet aan de in de wet op de loonbelasting gestelde eisen aan pensioenregelingen. Ter voorkoming van problemen wijst hij daarom pensioenregelingen met uitkeringen in beleggingseenheden onder voorwaarden aan als zuivere pensioenregelingen. Deze aanwijzing is tijdelijk, in afwachting van een definitieve regeling in de aangekondigde Pensioenwet. De gestelde voorwaarden zijn te onderscheiden in:1. Algemene voorwaarden;2. Voorwaarden betreffende tariefgrondslagen;3. Voorwaarden betreffende de gevolgen van overlijden van pensioengerechtigden;4. Voorwaarden met betrekking tot de actuariële verwerking.1. Algemene voorwaarden- De uitkeringen worden op de ingangsdata per pensioensoort uitgedrukt in een aantal beleggingseenheden (units).- De administratie van de contante waarde van de uitkeringen in beleggingseenheden wordt actuarieel bijgehouden.2. Tariefgrondslagen bij het berekenen van het aantal beleggingseenheden op de ingangsdatum van het pensioen- De pensioenverzekeraar dient dezelfde sterftegrondslagen te hanteren als bij uitkeringen in geld.- De rekenrente is tenminste 3% en ten hoogste het rendement op een zeker pakket staatsleningen of de netto marktrente op ingangsdatum voor uitkeringen in geld.- Er mag in de hoogte van de uitkeringen geen inflatie-element worden verdisconteerd.3. Gevolgen van het overlijden van gerechtigden- Bij overlijden worden de contante waarde van de beleggingseenheden en de totale beleggingswaarde herrekend. Het overlijden mag daarbij geen invloed hebben op de waarde per beleggingseenheid.- De vrijval bij overlijden komt ten goede aan de pensioenverzekeraar in verband met het langlevenrisico.4. Jaarlijkse actuariële verwerking van de rekenrente en de sterfte- De verzekeraar verwerkt jaarlijks de actuariële gevolgen van de tariefgrondslagen in de administratie van de contante waarde van de uitkeringen in beleggingseenheden en in de administratie van de beleggingswaarde zelf.Bij de berekening van de termijnbedragen mag de waarde van een beleggingseenheid op een vaste peildatum in de maand van betaling of de voorafgaande maand worden gehanteerd. Ook is het toegestaan de uitkeringen in geld per verzekeringsjaar vast te stellen. Als uitgangspunt geldt de werkelijke waarde van een beleggingseenheid op een vaste peildatum in de laatste twee maanden voor het verzekeringsjaar. Pensioenregelingen met uitkeringen in beleggingseenheden moeten uiterlijk 1 juni 2004 zijn aangepast aan de voorwaarden van dit besluit. Deze regelingen worden dan met terugwerkende kracht als fiscaal zuivere pensioenregeling aangemerkt.Als de uitkeringen vóór 1 juni 2004 zijn ingegaan en de regeling met uitkeringen in beleggingseenheden tot stand is gekomen vóór 1 juni 1999 is aanpassing niet nodig.
Volgens de staatssecretaris van Financien voldoen pensioenregelingen met uitkeringen in beleggingseenheden (uitkeringen op universal life/unit-linked basis) niet aan de in de wet op de loonbelasting gestelde eisen aan pensioenregelingen. Ter voorkoming van problemen wijst hij daarom pensioenregelingen met uitkeringen in beleggingseenheden onder voorwaarden aan als zuivere pensioenregelingen. Deze aanwijzing is tijdelijk, in afwachting van een definitieve regeling in de aangekondigde Pensioenwet. De gestelde voorwaarden zijn te onderscheiden in:1. Algemene voorwaarden;2. Voorwaarden betreffende tariefgrondslagen;3. Voorwaarden betreffende de gevolgen van overlijden van pensioengerechtigden;4. Voorwaarden met betrekking tot de actuariële verwerking.1. Algemene voorwaarden- De uitkeringen worden op de ingangsdata per pensioensoort uitgedrukt in een aantal beleggingseenheden (units).- De administratie van de contante waarde van de uitkeringen in beleggingseenheden wordt actuarieel bijgehouden.2. Tariefgrondslagen bij het berekenen van het aantal beleggingseenheden op de ingangsdatum van het pensioen- De pensioenverzekeraar dient dezelfde sterftegrondslagen te hanteren als bij uitkeringen in geld.- De rekenrente is tenminste 3% en ten hoogste het rendement op een zeker pakket staatsleningen of de netto marktrente op ingangsdatum voor uitkeringen in geld.- Er mag in de hoogte van de uitkeringen geen inflatie-element worden verdisconteerd.3. Gevolgen van het overlijden van gerechtigden- Bij overlijden worden de contante waarde van de beleggingseenheden en de totale beleggingswaarde herrekend. Het overlijden mag daarbij geen invloed hebben op de waarde per beleggingseenheid.- De vrijval bij overlijden komt ten goede aan de pensioenverzekeraar in verband met het langlevenrisico.4. Jaarlijkse actuariële verwerking van de rekenrente en de sterfte- De verzekeraar verwerkt jaarlijks de actuariële gevolgen van de tariefgrondslagen in de administratie van de contante waarde van de uitkeringen in beleggingseenheden en in de administratie van de beleggingswaarde zelf.Bij de berekening van de termijnbedragen mag de waarde van een beleggingseenheid op een vaste peildatum in de maand van betaling of de voorafgaande maand worden gehanteerd. Ook is het toegestaan de uitkeringen in geld per verzekeringsjaar vast te stellen. Als uitgangspunt geldt de werkelijke waarde van een beleggingseenheid op een vaste peildatum in de laatste twee maanden voor het verzekeringsjaar. Pensioenregelingen met uitkeringen in beleggingseenheden moeten uiterlijk 1 juni 2004 zijn aangepast aan de voorwaarden van dit besluit. Deze regelingen worden dan met terugwerkende kracht als fiscaal zuivere pensioenregeling aangemerkt.Als de uitkeringen vóór 1 juni 2004 zijn ingegaan en de regeling met uitkeringen in beleggingseenheden tot stand is gekomen vóór 1 juni 1999 is aanpassing niet nodig.
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u