
Een van de onderdelen van het Belastingplan 2008 was de invoering van een fijnstofdifferentiatie voor dieselpersonenauto’s in de BPM. RAI en Bovag waren van mening dat deze regeling in strijd was met het EG-recht en begonnen een procedure tegen de Staat. Het Gerechtshof Den Haag verklaarde in hoger beroep de fijnstofdifferentiatie onmiskenbaar onverbindend en verbood de Staat om uitvoering te geven aan de fijnstofdifferentiatie. In cassatie oordeelde de Hoge Raad anders. De fijnstofdifferentiatie hield geen verbod op dieselauto’s zonder affabriek roetfilter in. De lidstaten hebben de bevoegdheid om belastingen te heffen op basis van emissies en dus ook de mogelijkheid om een belasting te differentiëren op basis van fijnstof. Het oordeel van het hof dat de fijnstofdifferentiatie op ontoelaatbare wijze afbreuk doet aan een EG-verordening geeft blijk van een onjuiste rechtsopvatting of is onbegrijpelijk. De fijnstofdifferentiatie is per 1 januari 2009 vervallen. Het arrest van de Hoge Raad heeft daardoor geen gevolgen voor de belastingheffing.