Fictieve opzegtermijn voor WW bepalen naar Nederlands recht

Een in Nederland wonende werknemer was in dienst van een in België gevestigde werkgever. De werknemer viel onder de Nederlandse sociale verzekeringen. Op de arbeidsovereenkomst was Belgisch recht van toepasing. Op 16 mei 2001 heeft de werkgever de arbeidsovereenkomst met onmiddellijke ingang beëindigd. In verband daarmee kwamen de werkgever en de werknemer overeen dat de opzegtermijn waarop de werknemer recht had gelijk was aan 10 maanden en dat de werkgever hem een opzegvergoeding betaalde. De werknemer vroeg op 28 mei 2001 een WW-uitkering aan. Het UWV was van mening, dat de verbrekingsvergoeding als loon moest worden aangemerkt. Daardoor had de werknemer over de periode van 10 maanden geen recht op een WW-uitkering. De rechtbank heeft dit besluit vernietigd, omdat de opzegtermijn gedurende welke de werknemer recht heeft op doorbetaling van loon moet worden bepaald volgens Nederlands recht. Volgens de bepalingen van het Burgerlijk Wetboek was de fictieve datum van uitdiensttreding dan 31 juli, uitgaande van opzegging tegen het einde van de maand en met inachtneming van een opzeggingstermijn van twee maanden. De Centrale Raad van Beroep heeft deze uitspraak bevestigd. Het beroep van het UWV op toepassing van bepalingen uit EG-verordening 1408/71 wees de Centrale Raad van Beroep af, omdat uitsluitend de Nederlandse wetgeving van toepassing is en er geen samenloop is van wetgevingen van twee of meer lidstaten.
Een in Nederland wonende werknemer was in dienst van een in België gevestigde werkgever. De werknemer viel onder de Nederlandse sociale verzekeringen. Op de arbeidsovereenkomst was Belgisch recht van toepasing. Op 16 mei 2001 heeft de werkgever de arbeidsovereenkomst met onmiddellijke ingang beëindigd. In verband daarmee kwamen de werkgever en de werknemer overeen dat de opzegtermijn waarop de werknemer recht had gelijk was aan 10 maanden en dat de werkgever hem een opzegvergoeding betaalde. De werknemer vroeg op 28 mei 2001 een WW-uitkering aan. Het UWV was van mening, dat de verbrekingsvergoeding als loon moest worden aangemerkt. Daardoor had de werknemer over de periode van 10 maanden geen recht op een WW-uitkering. De rechtbank heeft dit besluit vernietigd, omdat de opzegtermijn gedurende welke de werknemer recht heeft op doorbetaling van loon moet worden bepaald volgens Nederlands recht. Volgens de bepalingen van het Burgerlijk Wetboek was de fictieve datum van uitdiensttreding dan 31 juli, uitgaande van opzegging tegen het einde van de maand en met inachtneming van een opzeggingstermijn van twee maanden. De Centrale Raad van Beroep heeft deze uitspraak bevestigd. Het beroep van het UWV op toepassing van bepalingen uit EG-verordening 1408/71 wees de Centrale Raad van Beroep af, omdat uitsluitend de Nederlandse wetgeving van toepassing is en er geen samenloop is van wetgevingen van twee of meer lidstaten.
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u