Feitelijk gewerkte uren bepalend voor urencriterium
Ondernemers hebben recht op zelfstandigenaftrek en andere ondernemersfaciliteiten als zij voldoen aan het urencriterium. Aan het urencriterium is voldaan als de ondernemer tenminste 1.225 uur in een jaar aan zijn onderneming besteed en hij meer dan de helft van zijn arbeidstijd aan zijn onderneming wijdt. In het geval van een ondernemer die ook in loondienst werkt, is de vraag of voor het urencriterium uitgegaan moet worden van de feitelijk gewerkte uren in loondienst of van de uren waarvoor de werkgever een arbeidsbeloning betaalt. Vaak zal het onderscheid daarin niet doorslaggevend zijn, maar onder omstandigheden kan dat anders zijn.
De ondernemer besteedde in een jaar 2002 1.431 uren aan zijn onderneming. Zijn werkgever verloonde in totaal 1.606 uren, waarvan de ondernemer 381 uren naar eigen inzicht mocht invullen. Er stond vast dat hij deze uren feitelijk niet aan zijn dienstbetrekking had besteed in het betreffende jaar. De inspecteur ging uit van de verloonde uren. Volgens Hof Arnhem gaat het om de feitelijk aan de dienstbetrekking bestede uren.
Het feitelijke aantal gewerkte uren dat aan de dienstbetrekking was besteed lag lager dan het aantal uren dat aan de onderneming was besteed. Omdat ook de grens van 1.225 ondernemingsuren was overschreden, voldeed de ondernemer aan het urencriterium en had hij recht op de zelfstandigenaftrek.
Ondernemers hebben recht op zelfstandigenaftrek en andere ondernemersfaciliteiten als zij voldoen aan het urencriterium. Aan het urencriterium is voldaan als de ondernemer tenminste 1.225 uur in een jaar aan zijn onderneming besteed en hij meer dan de helft van zijn arbeidstijd aan zijn onderneming wijdt. In het geval van een ondernemer die ook in loondienst werkt, is de vraag of voor het urencriterium uitgegaan moet worden van de feitelijk gewerkte uren in loondienst of van de uren waarvoor de werkgever een arbeidsbeloning betaalt. Vaak zal het onderscheid daarin niet doorslaggevend zijn, maar onder omstandigheden kan dat anders zijn.
De ondernemer besteedde in een jaar 2002 1.431 uren aan zijn onderneming. Zijn werkgever verloonde in totaal 1.606 uren, waarvan de ondernemer 381 uren naar eigen inzicht mocht invullen. Er stond vast dat hij deze uren feitelijk niet aan zijn dienstbetrekking had besteed in het betreffende jaar. De inspecteur ging uit van de verloonde uren. Volgens Hof Arnhem gaat het om de feitelijk aan de dienstbetrekking bestede uren.
Het feitelijke aantal gewerkte uren dat aan de dienstbetrekking was besteed lag lager dan het aantal uren dat aan de onderneming was besteed. Omdat ook de grens van 1.225 ondernemingsuren was overschreden, voldeed de ondernemer aan het urencriterium en had hij recht op de zelfstandigenaftrek.