
Wanneer te weinig loonbelasting is betaald door een werkgever kan de belastingdienst dat corrigeren door het opleggen van een naheffingsaanslag. De bewijslast voor de correcties rust op de belastingdienst. Correcties worden veelal aangebracht na een onderzoek van de administratie van een werkgever. Bij het onderzoek van administraties maakt de belastingdienst gebruik van steekproeven. Volgens de rechtbank Leeuwarden zijn de resultaten van steekproeven, zeker als deze geëxtrapoleerd worden naar andere jaren, onvoldoende bewijs voor de stelling van de belastingdienst dat er meer belast loon is betaald dan door de werkgever in zijn aangiften is opgenomen.
De extrapolatie van de uitkomsten van een steekproef naar andere jaren is alleen verantwoord als de desbetreffende jaren een constant beeld vertonen voor wat betreft de met de steekproef onderzochte situatie. Dat was hier niet het geval. De belastingdienst was zelfs zo ver gegaan dat de uitkomsten van een steekproef waren doorgetrokken naar andere werkgevers binnen dezelfde groep. De belastingdienst had niet aangegeven op welke van de vijf gecontroleerde werkgevers de in de steekproef gesignaleerde fouten betrekking hadden.
De belastingdienst meende dat van een werkgever verwacht mag worden dat hij de onjuistheid van de correcties na extrapolatie van de uitkomst van een steekproef bewijst door een integrale controle van zijn administratie uit te voeren. De rechtbank verwierp die opvatting omdat deze neerkomt op omkering en verzwaring van de bewijslast zonder dat daartoe aanleiding bestaat.