Extra vergoeding voor huisvesting leidde tot naheffing en boete

Een werkgever had een aantal buitenlandse werknemers in dienst die gebruik maakten van de 30%-regeling. Deze regeling geldt voor uit het buitenland afkomstige specialisten en houdt in dat van de totale bruto beloning 30% als belastingvrije vergoeding mag worden gegeven voor de extra kosten van het verblijf in een ander land dan het thuisland. De werkgever verzorgde gedurende de eerste twee maanden van het verblijf de huisvesting van de werknemers zonder daarvoor kosten in rekening te brengen. Voor een aantal werknemers betaalde de werkgever gedurende langere tijd de huisvestingskosten. Een dergelijk voordeel vormt loon waarover door de werkgever loonbelasting ingehouden moet worden. Daarnaast verstrekte de werkgever reiskostenvergoedingen aan werknemers die op minder dan 10 kilometer van de arbeidsplaats woonden. Ook deze vergoedingen hadden tot het loon gerekend moeten worden. De inspecteur legde een naheffingsaanslag met boetes op. Voor de correctie van de reiskostenvergoedingen legde de inspecteur een vergrijpboete op. Voor de andere correcties volstond de inspecteur met verzuimboeten over de jaren 2000 tot en met 2003. De werkgever bestreed de naheffingsaanslag en de boetes. Hof Den Haag oordeelde als volgt. Bij gebruikmaking van de 30%-regeling kunnen kosten van verblijf buiten het land van herkomst niet naast de 30%-vergoeding belastingvrij worden vergoed. Alleen andere kosten kunnen buiten de 30%-regeling om vrij worden vergoed. Dubbele huisvestingskosten vallen onder de zogenaamde extraterritoriale kosten en dus binnen het bereik van de 30%-regeling. Voor het opleggen van een vergrijpboete moet het aan opzet of grove schuld van de belastingplichtige te wijten zijn dat te weinig of te laat belasting op aangifte is voldaan. Door voor de verstrekking van reiskostenvergoedingen de woon-werkafstand te berekenen met een onnauwkeurige routeplanner en in een aantal gevallen ook als de routeplanner een kortere afstand dan 10 kilometer aangaf een onbelaste vergoeding te geven was naar het oordeel van het Hof sprake van tenminste grove schuld. Daarbij past een vergrijpboete van 25% van de nageheven belasting. De inspecteur had voor ieder jaar dat in de naheffingsaanslag was begrepen afzonderlijk een verzuimboete opgelegd van in totaal € 11.404. De werkgever meende dat slechts één verzuimboete mocht worden opgelegd van maximaal € 4.537, omdat de inspecteur slechts één naheffingsaanslag had opgelegd. Volgens het Hof hoeft voor het aantal verzuimboeten niet te worden aangesloten bij het aantal naheffingsaanslagen. De beboetbare gedraging is het niet, niet geheel of niet tijdig afdragen van de verschuldigde belasting. Een dergelijke handeling kan iedere keer worden gepleegd dat aangifte wordt gedaan. De inspecteur had voor 48 tijdvakken van een maand een boete kunnen opleggen maar hij had de boete beperkt tot 4 stuks.
Een werkgever had een aantal buitenlandse werknemers in dienst die gebruik maakten van de 30%-regeling. Deze regeling geldt voor uit het buitenland afkomstige specialisten en houdt in dat van de totale bruto beloning 30% als belastingvrije vergoeding mag worden gegeven voor de extra kosten van het verblijf in een ander land dan het thuisland. De werkgever verzorgde gedurende de eerste twee maanden van het verblijf de huisvesting van de werknemers zonder daarvoor kosten in rekening te brengen. Voor een aantal werknemers betaalde de werkgever gedurende langere tijd de huisvestingskosten. Een dergelijk voordeel vormt loon waarover door de werkgever loonbelasting ingehouden moet worden. Daarnaast verstrekte de werkgever reiskostenvergoedingen aan werknemers die op minder dan 10 kilometer van de arbeidsplaats woonden. Ook deze vergoedingen hadden tot het loon gerekend moeten worden. De inspecteur legde een naheffingsaanslag met boetes op. Voor de correctie van de reiskostenvergoedingen legde de inspecteur een vergrijpboete op. Voor de andere correcties volstond de inspecteur met verzuimboeten over de jaren 2000 tot en met 2003.
De werkgever bestreed de naheffingsaanslag en de boetes.
Hof Den Haag oordeelde als volgt. Bij gebruikmaking van de 30%-regeling kunnen kosten van verblijf buiten het land van herkomst niet naast de 30%-vergoeding belastingvrij worden vergoed. Alleen andere kosten kunnen buiten de 30%-regeling om vrij worden vergoed. Dubbele huisvestingskosten vallen onder de zogenaamde extraterritoriale kosten en dus binnen het bereik van de 30%-regeling.
Voor het opleggen van een vergrijpboete moet het aan opzet of grove schuld van de belastingplichtige te wijten zijn dat te weinig of te laat belasting op aangifte is voldaan. Door voor de verstrekking van reiskostenvergoedingen de woon-werkafstand te berekenen met een onnauwkeurige routeplanner en in een aantal gevallen ook als de routeplanner een kortere afstand dan 10 kilometer aangaf een onbelaste vergoeding te geven was naar het oordeel van het Hof sprake van tenminste grove schuld. Daarbij past een vergrijpboete van 25% van de nageheven belasting.
De inspecteur had voor ieder jaar dat in de naheffingsaanslag was begrepen afzonderlijk een verzuimboete opgelegd van in totaal € 11.404. De werkgever meende dat slechts één verzuimboete mocht worden opgelegd van maximaal € 4.537, omdat de inspecteur slechts één naheffingsaanslag had opgelegd.
Volgens het Hof hoeft voor het aantal verzuimboeten niet te worden aangesloten bij het aantal naheffingsaanslagen. De beboetbare gedraging is het niet, niet geheel of niet tijdig afdragen van de verschuldigde belasting. Een dergelijke handeling kan iedere keer worden gepleegd dat aangifte wordt gedaan. De inspecteur had voor 48 tijdvakken van een maand een boete kunnen opleggen maar hij had de boete beperkt tot 4 stuks.
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u