
Een werkgever die geconfronteerd werd met diefstal in zijn bedrijf schakelde een bedrijfsrecherchebureau in. Dat bureau slaagde erin te achterhalen welke werknemer de diefstallen had gepleegd. De werknemer werd op staande voet ontslagen. Vervolgens claimde de werkgever schadevergoeding van de ex-werknemer. De schade bestond uit de nota van het bedrijfsrecherchebureau. Omdat de ex-werknemer weigerde te betalen legde de werkgever de vordering voor aan de kantonrechter. De ex-werknemer vond dat de vordering moest worden afgewezen. Gelet op het minimale bedrag van de vermiste spullen was het inschakelen van een bedrijfsrecherchebureau naar zijn mening buitenproportioneel.
Volgens de kantonrechter is diefstal of verduistering door een werknemer een gedraging die in strijd is met zijn contractuele verplichtingen uit de arbeidsovereenkomst. Los van de arbeidsovereenkomst levert diefstal door een werknemer een onrechtmatige daad op. Uit de wet vloeit dan voort dat degene die daarvoor verantwoordelijk is de schade van de ander moet vergoeden.
Uit het onderzoeksrapport van het bedrijfsrecherchebureau bleek dat de ex-werknemer aan medewerkers van het bureau had toegegeven dat hij een aantal diefstallen had gepleegd. De kantonrechter vond de schadeclaim niet buitenproportioneel. In ieder geval had de ex-werknemer de schade kunnen beperken door zich eerder als dader te melden. De kantonrechter vond daarom dat de ex-werknemer de onderzoekskosten ad € 7.500 moest vergoeden aan zijn voormalige werkgever.