
Het Europees Parlement pleit voor het gebruik van een verplichte gemeenschappelijke geconsolideerde heffingsgrondslag voor de vennootschapsbelasting. Een dergelijke standaard voor de berekening van de heffingsgrondslag maakt het mogelijk om de resultaten van afzonderlijke vestigingen van bedrijven te consolideren en om eventuele verliezen te compenseren. In eerste instantie zou dit alleen moeten gelden voor Europese coöperatieve vennootschappen. Na vijf jaar zou dit moeten gelden voor alle bedrijven, met uitzondering van kleine en middelgrote ondernemingen. Kleine en middelgrote ondernemingen zouden de keuze moeten krijgen om deze standaard te hanteren. Het is niet de bedoeling om gemeenschappelijke belastingtarieven vast te stellen.