Energie-investeringsaftrek komt niet in mindering op stichtingskosten
Van alle onroerende zaken wordt periodiek de WOZ-waarde vastgesteld. De WOZ-waarde is de waarde in het economische verkeer bij overdracht van de volle eigendom. Voor bedrijfsobjecten geldt als WOZ-waarde de gecorrigeerde vervangingswaarde.
Bij de bepaling van de gecorrigeerde waarde van een windturbine ging de gemeentelijke heffingsambtenaar uit van een levensduur van 20 jaar en een grondoppervlakte van 525 m². Een deel van de waarde van de windturbine liet de ambtenaar met toepassing van de zogenoemde werktuigenvrijstelling buiten aanmerking. Na het indienen van een bezwaarschrift tegen de vastgestelde waarde verlaagde de gemeente deze waarde. De eigenaar was het niet eens met de uitspraak op bezwaar, omdat hij meende dat de door hem genoten energie-investeringsaftrek (EIA) in mindering moest worden gebracht op de stichtingskosten van de windturbine. De rechtbank volgde dit standpunt. In hoger beroep oordeelde Hof Arnhem echter anders. Volgens een arrest van de Hoge Raad uit 2007 vermindert de EIA namelijk niet het bedrag dat nodig is om een windturbine in dezelfde staat aan te schaffen of te vervaardigen. De rechtbank had de werktuigenvrijstelling ook toegepast op de fundering van de windturbine. Dat was evenmin terecht. Voor toepassing van de werktuigenvrijstelling moet worden onderzocht welke gedeelten van een windturbine verwijderd kunnen worden zonder dat de uiterlijke herkenbaarheid van de windturbine verloren gaat. Volgens de Hoge Raad betekent dit dat de mast en de wieken met rotor van een windturbine niet onder de werktuigenvrijstelling vallen. De fundering is specifiek afgestemd op de grootte van de windturbine. Hoe hoger de windturbine en hoe groter de wieken, hoe zwaarder de fundering. Volgens het Hof kan de fundering niet worden verwijderd zonder dat de uiterlijke herkenbaarheid van de windturbine verloren gaat.
Van alle onroerende zaken wordt periodiek de WOZ-waarde vastgesteld. De WOZ-waarde is de waarde in het economische verkeer bij overdracht van de volle eigendom. Voor bedrijfsobjecten geldt als WOZ-waarde de gecorrigeerde vervangingswaarde.
Bij de bepaling van de gecorrigeerde waarde van een windturbine ging de gemeentelijke heffingsambtenaar uit van een levensduur van 20 jaar en een grondoppervlakte van 525 m². Een deel van de waarde van de windturbine liet de ambtenaar met toepassing van de zogenoemde werktuigenvrijstelling buiten aanmerking. Na het indienen van een bezwaarschrift tegen de vastgestelde waarde verlaagde de gemeente deze waarde. De eigenaar was het niet eens met de uitspraak op bezwaar, omdat hij meende dat de door hem genoten energie-investeringsaftrek (EIA) in mindering moest worden gebracht op de stichtingskosten van de windturbine. De rechtbank volgde dit standpunt. In hoger beroep oordeelde Hof Arnhem echter anders. Volgens een arrest van de Hoge Raad uit 2007 vermindert de EIA namelijk niet het bedrag dat nodig is om een windturbine in dezelfde staat aan te schaffen of te vervaardigen. De rechtbank had de werktuigenvrijstelling ook toegepast op de fundering van de windturbine. Dat was evenmin terecht. Voor toepassing van de werktuigenvrijstelling moet worden onderzocht welke gedeelten van een windturbine verwijderd kunnen worden zonder dat de uiterlijke herkenbaarheid van de windturbine verloren gaat. Volgens de Hoge Raad betekent dit dat de mast en de wieken met rotor van een windturbine niet onder de werktuigenvrijstelling vallen. De fundering is specifiek afgestemd op de grootte van de windturbine. Hoe hoger de windturbine en hoe groter de wieken, hoe zwaarder de fundering. Volgens het Hof kan de fundering niet worden verwijderd zonder dat de uiterlijke herkenbaarheid van de windturbine verloren gaat.