Emigratieheffing aanmerkelijk belang

Bij de emigratie van een aanmerkelijk belanghouder legt Nederland een conserverende aanslag op over de waardeaangroei van de aandelen. Om die aanslag op te kunnen leggen gaat de wet uit van een fictieve vervreemding van de aanmerkelijk belangaandelen op het moment dat onmiddellijk voorafgaat aan de emigratie. De aanslag wordt alleen ingevorderd bij daadwerkelijke vervreemding van de aandelen binnen 10 jaar na emigratie. Door het heffingsmoment voor de emigratie te leggen kan de aanmerkelijk belanghouder in beginsel geen beroep doen op een belastingverdrag met het nieuwe woonland. De heffing bij emigratie kan wel in strijd zijn met de goede trouw bij de uitlegging en toepassing van het belastingverdrag, als het gaat om een voordeel dat eigenlijk in de immigratiestaat belast zou mogen worden.
De Nederlandse regeling van de heffing over winst uit aanmerkelijk belang bedoelt de waardestijging van aandelen te belasten die is ontstaan tijdens de periode van binnenlandse belastingplicht. Volgens de Hoge Raad belast deze regeling een vermogenswinst en niet een (potentieel) dividend. Daarom komt deze heffing niet in strijd met de goede trouw die bij de uitlegging en de toepassing van het belastingverdrag in acht genomen moet worden.
De regeling is evenmin in strijd is met het EG-verdrag. Het Hof van Justitie EG heeft in een arrest uit 2006 geoordeeld dat een dergelijke belastingheffing bij emigratie is toegestaan, mits rekening wordt gehouden met mogelijk optredende waardeverminderingen na emigratie. Dat was aanvankelijk in Nederland niet het geval. Inmiddels is de regeling in die zin aangepast. De Hoge Raad heeft een aantal Hofuitspraken vernietigd waarin aanslagen bij emigratie werden vernietigd. De rechtsgevolgen van de aanslagen zijn door de Hoge Raad in stand gelaten.
Bij de emigratie van een aanmerkelijk belanghouder legt Nederland een conserverende aanslag op over de waardeaangroei van de aandelen. Om die aanslag op te kunnen leggen gaat de wet uit van een fictieve vervreemding van de aanmerkelijk belangaandelen op het moment dat onmiddellijk voorafgaat aan de emigratie. De aanslag wordt alleen ingevorderd bij daadwerkelijke vervreemding van de aandelen binnen 10 jaar na emigratie. Door het heffingsmoment voor de emigratie te leggen kan de aanmerkelijk belanghouder in beginsel geen beroep doen op een belastingverdrag met het nieuwe woonland. De heffing bij emigratie kan wel in strijd zijn met de goede trouw bij de uitlegging en toepassing van het belastingverdrag, als het gaat om een voordeel dat eigenlijk in de immigratiestaat belast zou mogen worden. <BR>De Nederlandse regeling van de heffing over winst uit aanmerkelijk belang bedoelt de waardestijging van aandelen te belasten die is ontstaan tijdens de periode van binnenlandse belastingplicht. Volgens de Hoge Raad belast deze regeling een vermogenswinst en niet een (potentieel) dividend. Daarom komt deze heffing niet in strijd met de goede trouw die bij de uitlegging en de toepassing van het belastingverdrag in acht genomen moet worden. <BR>De regeling is evenmin in strijd is met het EG-verdrag. Het Hof van Justitie EG heeft in een arrest uit 2006 geoordeeld dat een dergelijke belastingheffing bij emigratie is toegestaan, mits rekening wordt gehouden met mogelijk optredende waardeverminderingen na emigratie. Dat was aanvankelijk in Nederland niet het geval. Inmiddels is de regeling in die zin aangepast. De Hoge Raad heeft een aantal Hofuitspraken vernietigd waarin aanslagen bij emigratie werden vernietigd. De rechtsgevolgen van de aanslagen zijn door de Hoge Raad in stand gelaten.
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u