Emigratie naar België meer dan vijf jaar voor verkoop AB
Onder de werking van het oude belastingverdrag tussen Nederland en België, dat gold tot 2003, hield Nederland na emigratie van een Nederlander naar België nog vijf jaar lang een belastingclaim op de meerwaarde van aanmerkelijk belangaandelen. In voorkomende gevallen was het dus van belang om te bepalen wanneer iemand niet meer in Nederland woonde en op welk moment de aandelen werden verkocht.
In verband met de verkoop van al zijn aandelen in een in Nederland gevestigde BV op 20 december 1996 bracht de inspecteur een correctie aan op de ingediende aangifte inkomstenbelasting. De winst uit aanmerkelijk belang bedroeg ƒ 4 miljoen, die werd belast tegen een tarief van 20%. De DGA bestreed de aanslag, omdat hij ten tijde van de verkoop langer dan vijf jaar uit Nederland weg was. Volgens de inspecteur was de DGA pas in 1992 naar België verhuisd en mocht Nederland dus belasting heffen over de behaalde winst bij verkoop van de aandelen. Vast stond dat de DGA en zijn echtgenote in ieder geval tot 13 december 1991 in Nederland woonden met hun zonen. Na de verhuizing van de ouders bleven de zonen in dat pand wonen. Zij verklaarden dat de ouders medio december 1991 definitief naar België waren verhuisd. Op 17 december 1991 waren de DGA en zijn echtgenote uitgeschreven uit de gemeentelijke bevolkingsadministratie, terwijl zij zich op 18 december 1991 lieten inschrijven in België en een aanvraag tot vestiging indienden. Inschrijving in België vindt pas plaats nadat de plaatselijke politie heeft vastgesteld dat de betrokkene op het opgegeven adres woont.
Volgens Hof Arnhem stond vast dat de DGA en zijn echtgenote in ieder geval op 19 december 1991 niet meer in Nederland woonden. Het Hof vond aannemelijk dat zij in 1991 het voornemen hadden om zich blijvend in België te vestigen. Een mogelijk fiscaal motief doet daaraan niet af. Om als inwoner van een van de verdragstaten te gelden is vereist dat iemand daar beschikt over een duurzaam tehuis. Ondanks de verhuizing van het echtpaar binnen een maand na de inschrijving vond het Hof dat aan die voorwaarde was voldaan. Verder vond het Hof dat de omstandigheid dat de twee zoons in de voormalige ouderlijke woning bleven wonen niet tot gevolg had dat de DGA en zijn echtgenote in Nederland nog een woning ter beschikking hadden voor duurzame bewoning, zeker niet nu het meubilair medio december 1991 naar België was gebracht. Omdat het echtpaar voor 20 december 1991 in België woonde mocht Nederland geen belasting meer heffen over de winst bij verkoop van de aandelen.
Onder de werking van het oude belastingverdrag tussen Nederland en België, dat gold tot 2003, hield Nederland na emigratie van een Nederlander naar België nog vijf jaar lang een belastingclaim op de meerwaarde van aanmerkelijk belangaandelen. In voorkomende gevallen was het dus van belang om te bepalen wanneer iemand niet meer in Nederland woonde en op welk moment de aandelen werden verkocht.
In verband met de verkoop van al zijn aandelen in een in Nederland gevestigde BV op 20 december 1996 bracht de inspecteur een correctie aan op de ingediende aangifte inkomstenbelasting. De winst uit aanmerkelijk belang bedroeg ƒ 4 miljoen, die werd belast tegen een tarief van 20%. De DGA bestreed de aanslag, omdat hij ten tijde van de verkoop langer dan vijf jaar uit Nederland weg was. Volgens de inspecteur was de DGA pas in 1992 naar België verhuisd en mocht Nederland dus belasting heffen over de behaalde winst bij verkoop van de aandelen. Vast stond dat de DGA en zijn echtgenote in ieder geval tot 13 december 1991 in Nederland woonden met hun zonen. Na de verhuizing van de ouders bleven de zonen in dat pand wonen. Zij verklaarden dat de ouders medio december 1991 definitief naar België waren verhuisd. Op 17 december 1991 waren de DGA en zijn echtgenote uitgeschreven uit de gemeentelijke bevolkingsadministratie, terwijl zij zich op 18 december 1991 lieten inschrijven in België en een aanvraag tot vestiging indienden. Inschrijving in België vindt pas plaats nadat de plaatselijke politie heeft vastgesteld dat de betrokkene op het opgegeven adres woont.
Volgens Hof Arnhem stond vast dat de DGA en zijn echtgenote in ieder geval op 19 december 1991 niet meer in Nederland woonden. Het Hof vond aannemelijk dat zij in 1991 het voornemen hadden om zich blijvend in België te vestigen. Een mogelijk fiscaal motief doet daaraan niet af. Om als inwoner van een van de verdragstaten te gelden is vereist dat iemand daar beschikt over een duurzaam tehuis. Ondanks de verhuizing van het echtpaar binnen een maand na de inschrijving vond het Hof dat aan die voorwaarde was voldaan. Verder vond het Hof dat de omstandigheid dat de twee zoons in de voormalige ouderlijke woning bleven wonen niet tot gevolg had dat de DGA en zijn echtgenote in Nederland nog een woning ter beschikking hadden voor duurzame bewoning, zeker niet nu het meubilair medio december 1991 naar België was gebracht. Omdat het echtpaar voor 20 december 1991 in België woonde mocht Nederland geen belasting meer heffen over de winst bij verkoop van de aandelen.