Eindejaarstips bedrijven
Investeringsaftrek
Als u in 2008 voor meer dan € 2.100 investeert in bedrijfsmiddelen heeft u recht op kleinschaligheidsaftrek, mits het totale bedrag van de investeringen minder dan € 236.000 bedraagt. De aftrek is een percentage van het investeringsbedrag. Het aftrekpercentage varieert van 1% tot 25%, afhankelijk van de hoogte van de investeringen. Hoe lager het geïnvesteerde bedrag is, des te hoger is het percentage.
Voor samenwerkingsverbanden van zelfstandige ondernemers geldt het gezamenlijke investeringsbedrag als uitgangspunt voor het aftrekpercentage.
Niet alle bedrijfsmiddelen komen voor aftrek in aanmerking. Uitgezonderd zijn onder andere grond, personenauto's, immateriële activa en bedrijfsmiddelen die aan derden ter beschikking worden gesteld.
Het kan verstandig zijn om verdere investeringen uit te stellen tot na 1 januari 2009, bijvoorbeeld wanneer u door een betrekkelijk geringe investering net in een lager aftrekpercentage terechtkomt of wanneer het investeringsbedrag boven de € 236.000 uitkomt.
Wanneer eerdere investeringen, waarvoor destijds investeringsaftrek is genoten, ongedaan worden gemaakt binnen vijf jaar na het begin van het kalenderjaar van aanschaf, moet u de belastbare winst verhogen met een bijtelling. Het kan dus zinvol zijn desinvesteringen uit te stellen tot na de jaarwisseling.
Herinvesteringsreserve
Staat er op uw fiscale balans een herinvesteringsreserve die is gevormd in 2005? Investeer dan nog in 2008. Een herinvesteringsreserve moet namelijk uiterlijk in het derde jaar na het jaar waarin de reserve is gevormd worden afgeboekt op nieuwe investeringen. Door nog in 2008 te investeren voorkomt u dat u de reserve aan de belastbare winst moet toevoegen.
Auto van de zaak of privé?
De maximale belastingvrije vergoeding per zakelijk gereden kilometer bedraagt € 0,19. Dat geldt ook voor het woon-werkverkeer. De bijtelling met betrekking tot een (bestel)auto van de zaak bedraagt 25% van de cataloguswaarde van de auto. Bij een privégebruik van minder dan 500 kilometer geldt geen bijtelling. Afhankelijk van de situatie is het voordeliger om een privéauto te rijden in plaats van een auto van de zaak. Met name bij een oudere auto met een hoge oorspronkelijke cataloguswaarde of bij een hoog aantal zakelijke kilometers kan het interessant zijn de auto privé te rijden.
De werkgever hoeft voor werknemers met een auto van zaak geen bijtelling toe te passen als de werknemer bewijst dat hij minder dan 500 km per jaar privé rijdt met de auto. Dat bewijs kan de werknemer leveren met een gedetailleerde rittenadministratie. De werkgever moet de rittenadministratie controleren en bij zijn loonadministratie bewaren. De bijtelling kan ook achterwege blijven indien de werknemer een verklaring aflegt bij de belastingdienst dat hij de auto niet privé gebruikt en deze verklaring aan de werkgever overhandigt.
N.B. Wees attent op de gevolgen van het intrekken van een verklaring geen privégebruik in de loop van het jaar. De bijtelling geldt namelijk voor het gehele jaar indien een auto ter beschikking staat en moet dus gecorrigeerd worden om te voorkomen dat te weinig loonbelasting is betaald.
Spaarloon en levensloop
Zorg er voor dat deelnemers aan de spaarloon- of levensloopregeling in 2008 de vrijstelling van loonbelasting volledig benutten. Het volledige bedrag moet voor 1 januari 2009 gestort zijn bij de instelling, die de spaarloon- of levensloopregeling uitvoert.
De spaarloonregeling geldt niet als het personeel van een BV slechts bestaat uit de directeur-grootaandeelhouder (DGA) en eventueel diens meewerkende echtgenote, die tenminste 1/3 van het aandelenkapitaal in hun bezit hebben. Als de BV ook overig personeel in dienst heeft dat van de regeling gebruik kan maken, mogen ook de DGA en zijn meewerkende partner gebruik maken van de spaarloonregeling.
BTW-herrekening
Voor het laatste aangiftetijdvak van het jaar moet u een herrekening maken van de af te dragen BTW over het kalenderjaar. Indien het gebruik van bedrijfsmiddelen verandert van belaste naar vrijgestelde prestaties of omgekeerd moet een herrekening plaatsvinden van de in aftrek gebrachte BTW. Voor roerende bedrijfsmiddelen is het herrekentijdvak 5 jaar en voor onroerende zaken is dit 10 jaar. Als een onroerende zaak meer dan twee jaar leeg staat dient de BTW ook te worden herrekend.
De voorbelasting die u op autokosten heeft aangegeven, dient jaarlijks gecorrigeerd te worden voor het privégebruik van de auto van de zaak. De correctie kan forfaitair worden bepaald op 12% van 25% van de oorspronkelijke cataloguswaarde. U mag echter ook 12% afdragen over het werkelijke privégebruik van zakenauto's van uw medewerkers. Het privégebruik is aan te tonen door een sluitende kilometeradministratie. Ga na of de BTW over de werkelijk verreden privékilometers lager uitvalt dan de BTW over het autokostenforfait. Indien dit het geval is, hoeft slechts het lagere bedrag afgedragen te worden.
Denk eraan dat het privégebruik van ondernemingsgoederen voor de omzetbelasting een belaste dienst is. Voor het privégebruik moet u BTW afdragen over de gemaakte uitgaven. Gemaakte uitgaven zijn de kosten van verwerving of vervaardiging van een goed en de kosten van onderhoud, verbouwing, verbetering en herstel van het goed.
Tarieven Vennootschapsbelasting
In het Belastingplan 2009 is voor 2008 een verlaging van de tarieven aangekondigd in verband met het uitblijven van goedkeuring voor de invoering van de speciale rentebox. Voor het jaar 2008 geldt een tarief van 20% voor een belastbare winst tot € 275.000. Daarboven geldt een tarief van 25,5%. Met ingang van 2009 geldt weer het bekende drieschijventarief en is bij een winst vanaf € 40.000 een tarief van 23% van toepassing.
Investeringsaftrek
Als u in 2008 voor meer dan € 2.100 investeert in bedrijfsmiddelen heeft u recht op kleinschaligheidsaftrek, mits het totale bedrag van de investeringen minder dan € 236.000 bedraagt. De aftrek is een percentage van het investeringsbedrag. Het aftrekpercentage varieert van 1% tot 25%, afhankelijk van de hoogte van de investeringen. Hoe lager het geïnvesteerde bedrag is, des te hoger is het percentage.
Voor samenwerkingsverbanden van zelfstandige ondernemers geldt het gezamenlijke investeringsbedrag als uitgangspunt voor het aftrekpercentage.
Niet alle bedrijfsmiddelen komen voor aftrek in aanmerking. Uitgezonderd zijn onder andere grond, personenauto's, immateriële activa en bedrijfsmiddelen die aan derden ter beschikking worden gesteld.
Het kan verstandig zijn om verdere investeringen uit te stellen tot na 1 januari 2009, bijvoorbeeld wanneer u door een betrekkelijk geringe investering net in een lager aftrekpercentage terechtkomt of wanneer het investeringsbedrag boven de € 236.000 uitkomt.
Wanneer eerdere investeringen, waarvoor destijds investeringsaftrek is genoten, ongedaan worden gemaakt binnen vijf jaar na het begin van het kalenderjaar van aanschaf, moet u de belastbare winst verhogen met een bijtelling. Het kan dus zinvol zijn desinvesteringen uit te stellen tot na de jaarwisseling.
Herinvesteringsreserve
Staat er op uw fiscale balans een herinvesteringsreserve die is gevormd in 2005? Investeer dan nog in 2008. Een herinvesteringsreserve moet namelijk uiterlijk in het derde jaar na het jaar waarin de reserve is gevormd worden afgeboekt op nieuwe investeringen. Door nog in 2008 te investeren voorkomt u dat u de reserve aan de belastbare winst moet toevoegen.
Auto van de zaak of privé?
De maximale belastingvrije vergoeding per zakelijk gereden kilometer bedraagt € 0,19. Dat geldt ook voor het woon-werkverkeer. De bijtelling met betrekking tot een (bestel)auto van de zaak bedraagt 25% van de cataloguswaarde van de auto. Bij een privégebruik van minder dan 500 kilometer geldt geen bijtelling. Afhankelijk van de situatie is het voordeliger om een privéauto te rijden in plaats van een auto van de zaak. Met name bij een oudere auto met een hoge oorspronkelijke cataloguswaarde of bij een hoog aantal zakelijke kilometers kan het interessant zijn de auto privé te rijden.
De werkgever hoeft voor werknemers met een auto van zaak geen bijtelling toe te passen als de werknemer bewijst dat hij minder dan 500 km per jaar privé rijdt met de auto. Dat bewijs kan de werknemer leveren met een gedetailleerde rittenadministratie. De werkgever moet de rittenadministratie controleren en bij zijn loonadministratie bewaren. De bijtelling kan ook achterwege blijven indien de werknemer een verklaring aflegt bij de belastingdienst dat hij de auto niet privé gebruikt en deze verklaring aan de werkgever overhandigt.
N.B. Wees attent op de gevolgen van het intrekken van een verklaring geen privégebruik in de loop van het jaar. De bijtelling geldt namelijk voor het gehele jaar indien een auto ter beschikking staat en moet dus gecorrigeerd worden om te voorkomen dat te weinig loonbelasting is betaald.
Spaarloon en levensloop
Zorg er voor dat deelnemers aan de spaarloon- of levensloopregeling in 2008 de vrijstelling van loonbelasting volledig benutten. Het volledige bedrag moet voor 1 januari 2009 gestort zijn bij de instelling, die de spaarloon- of levensloopregeling uitvoert.
De spaarloonregeling geldt niet als het personeel van een BV slechts bestaat uit de directeur-grootaandeelhouder (DGA) en eventueel diens meewerkende echtgenote, die tenminste 1/3 van het aandelenkapitaal in hun bezit hebben. Als de BV ook overig personeel in dienst heeft dat van de regeling gebruik kan maken, mogen ook de DGA en zijn meewerkende partner gebruik maken van de spaarloonregeling.
BTW-herrekening
Voor het laatste aangiftetijdvak van het jaar moet u een herrekening maken van de af te dragen BTW over het kalenderjaar. Indien het gebruik van bedrijfsmiddelen verandert van belaste naar vrijgestelde prestaties of omgekeerd moet een herrekening plaatsvinden van de in aftrek gebrachte BTW. Voor roerende bedrijfsmiddelen is het herrekentijdvak 5 jaar en voor onroerende zaken is dit 10 jaar. Als een onroerende zaak meer dan twee jaar leeg staat dient de BTW ook te worden herrekend.
De voorbelasting die u op autokosten heeft aangegeven, dient jaarlijks gecorrigeerd te worden voor het privégebruik van de auto van de zaak. De correctie kan forfaitair worden bepaald op 12% van 25% van de oorspronkelijke cataloguswaarde. U mag echter ook 12% afdragen over het werkelijke privégebruik van zakenauto's van uw medewerkers. Het privégebruik is aan te tonen door een sluitende kilometeradministratie. Ga na of de BTW over de werkelijk verreden privékilometers lager uitvalt dan de BTW over het autokostenforfait. Indien dit het geval is, hoeft slechts het lagere bedrag afgedragen te worden.
Denk eraan dat het privégebruik van ondernemingsgoederen voor de omzetbelasting een belaste dienst is. Voor het privégebruik moet u BTW afdragen over de gemaakte uitgaven. Gemaakte uitgaven zijn de kosten van verwerving of vervaardiging van een goed en de kosten van onderhoud, verbouwing, verbetering en herstel van het goed.
Tarieven Vennootschapsbelasting
In het Belastingplan 2009 is voor 2008 een verlaging van de tarieven aangekondigd in verband met het uitblijven van goedkeuring voor de invoering van de speciale rentebox. Voor het jaar 2008 geldt een tarief van 20% voor een belastbare winst tot € 275.000. Daarboven geldt een tarief van 25,5%. Met ingang van 2009 geldt weer het bekende drieschijventarief en is bij een winst vanaf € 40.000 een tarief van 23% van toepassing.