Einde mogelijkheid belaste verhuur voorkomt aftrek voorbelasting bij verhuurder
De verhuur van onroerende zaken is vrijgesteld van omzetbelasting. Op verzoek is uitzondering van de vrijstelling mogelijk, mits de huurder de onroerende zaak gebruikt voor belaste prestaties. Tot 1 januari 1996 gold die laatste beperking niet en was belaste verhuur op verzoek mogelijk ongeacht de aard van de prestaties van de huurder. Van die mogelijkheid werd in het verleden gebruik gemaakt door niet-belastingplichtige instellingen. In een procedure voor de Hoge Raad betrof het een stichting, die was opgericht voor de exploitatie van een gemeentehuis. Het bestaande gemeentehuis werd van de gemeente voor een symbolisch bedrag overgenomen. De stichting was verplicht het gemeentehuis ingrijpend te renoveren. Zij verhuurde het gemeentehuis na renovatie met omzetbelasting aan de gemeente. Daardoor had de stichting recht op aftrek van de haar in rekening gebrachte BTW over de verbouwingskosten. Door de wetswijziging verviel de mogelijkheid van belaste verhuur. Dat had tot gevolg, dat de stichting de BTW over verbouwingskosten, die na 1 januari 1996 in rekening werden gebracht, niet kon verrekenen. Volgens de Hoge Raad is dat niet in strijd met de rechtszekerheid.
De verhuur van onroerende zaken is vrijgesteld van omzetbelasting. Op verzoek is uitzondering van de vrijstelling mogelijk, mits de huurder de onroerende zaak gebruikt voor belaste prestaties. Tot 1 januari 1996 gold die laatste beperking niet en was belaste verhuur op verzoek mogelijk ongeacht de aard van de prestaties van de huurder. Van die mogelijkheid werd in het verleden gebruik gemaakt door niet-belastingplichtige instellingen. In een procedure voor de Hoge Raad betrof het een stichting, die was opgericht voor de exploitatie van een gemeentehuis. Het bestaande gemeentehuis werd van de gemeente voor een symbolisch bedrag overgenomen. De stichting was verplicht het gemeentehuis ingrijpend te renoveren. Zij verhuurde het gemeentehuis na renovatie met omzetbelasting aan de gemeente. Daardoor had de stichting recht op aftrek van de haar in rekening gebrachte BTW over de verbouwingskosten. Door de wetswijziging verviel de mogelijkheid van belaste verhuur. Dat had tot gevolg, dat de stichting de BTW over verbouwingskosten, die na 1 januari 1996 in rekening werden gebracht, niet kon verrekenen. Volgens de Hoge Raad is dat niet in strijd met de rechtszekerheid.