Einde dienstbetrekking voor bepaalde tijd
Volgens de wet eindigt een dienstverband voor bepaalde tijd van rechtswege wanneer de in de overeenkomst aangegeven tijd is verstreken. Wanneer de arbeidsovereenkomst na het verstrijken van de bepaalde tijd wordt voortgezet zonder nadere afspraken dan veronderstelt de wet dat er een nieuwe arbeidsovereenkomst voor dezelfde tijd en op dezelfde voorwaarden is aangegaan. De duur van die nieuwe overeenkomst is echter niet langer dan één jaar. Ook die opvolgende arbeidsovereenkomst eindigt van rechtswege, dus voorafgaande opzegging is daarvoor niet nodig.
Een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd bevatte de bepaling dat uiterlijk op 1 september afspraken zouden worden gemaakt over de eventuele omzetting in een dienstverband voor onbepaalde tijd of de voortzetting van het dienstverband voor bepaalde tijd. Als dergelijke afspraken niet zouden leiden tot voortzetting van het dienstverband, zou de overeenkomst van rechtswege eindigen op 31 december 2003. De arbeidsovereenkomst werd na 1 januari 2004 voortgezet zonder dat verdere afspraken waren gemaakt. In november 2004 deelde de werkgever de werknemer mee dat het dienstverband niet nogmaals zou worden verlengd en dus eindigde per 31 december 2004. De werknemer beriep zich op de bijzondere bepaling waarin stond dat uiterlijk op 1 september nadere afspraken gemaakt moesten worden over voortzetting van het dienstverband. Deze bepaling hield volgens de werknemer in dat zonder het maken van afspraken de arbeidsovereenkomst weer verlengd zou worden met één jaar. Hof Den Haag deelde deze uitleg niet. In dit geval moest er van worden uitgegaan dat de overeenkomst op 1 januari 2004 voor de duur van één jaar was voortgezet en dus op 31 december 2004 eindigde, zonder dat opzegging nodig was. Uit de mededeling van november was duidelijk geworden dat de overeenkomst niet stilzwijgend zou worden voortgezet.
Volgens de wet eindigt een dienstverband voor bepaalde tijd van rechtswege wanneer de in de overeenkomst aangegeven tijd is verstreken. Wanneer de arbeidsovereenkomst na het verstrijken van de bepaalde tijd wordt voortgezet zonder nadere afspraken dan veronderstelt de wet dat er een nieuwe arbeidsovereenkomst voor dezelfde tijd en op dezelfde voorwaarden is aangegaan. De duur van die nieuwe overeenkomst is echter niet langer dan één jaar. Ook die opvolgende arbeidsovereenkomst eindigt van rechtswege, dus voorafgaande opzegging is daarvoor niet nodig.
Een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd bevatte de bepaling dat uiterlijk op 1 september afspraken zouden worden gemaakt over de eventuele omzetting in een dienstverband voor onbepaalde tijd of de voortzetting van het dienstverband voor bepaalde tijd. Als dergelijke afspraken niet zouden leiden tot voortzetting van het dienstverband, zou de overeenkomst van rechtswege eindigen op 31 december 2003. De arbeidsovereenkomst werd na 1 januari 2004 voortgezet zonder dat verdere afspraken waren gemaakt. In november 2004 deelde de werkgever de werknemer mee dat het dienstverband niet nogmaals zou worden verlengd en dus eindigde per 31 december 2004. De werknemer beriep zich op de bijzondere bepaling waarin stond dat uiterlijk op 1 september nadere afspraken gemaakt moesten worden over voortzetting van het dienstverband. Deze bepaling hield volgens de werknemer in dat zonder het maken van afspraken de arbeidsovereenkomst weer verlengd zou worden met één jaar. Hof Den Haag deelde deze uitleg niet. In dit geval moest er van worden uitgegaan dat de overeenkomst op 1 januari 2004 voor de duur van één jaar was voortgezet en dus op 31 december 2004 eindigde, zonder dat opzegging nodig was. Uit de mededeling van november was duidelijk geworden dat de overeenkomst niet stilzwijgend zou worden voortgezet.