
De wet IB 2001 kent als onderdeel van box 1 een regeling voor de eigen woning. De eigenwoningregeling is alleen van toepassing op het hoofdverblijf van een belastingplichtige. Wanneer een eigen woning tijdelijk niet als hoofdverblijf wordt gebruikt, bijvoorbeeld in verband met een uitzending van de eigenaar naar het buitenland en in die tijd wordt aangehouden in afwachting van terugkeer naar Nederland, is de eigenwoningregeling ook van toepassing. Voorwaarde is dat de woning niet aan derden ter beschikking wordt gesteld en dat er geen sprake is van een andere eigen woning van de belastingplichtige en zijn partner.
De vraag was of een woning die gedurende de afwezigheid van de eigenaar en zijn echtgenote werd bewoond door hun dochter ter beschikking werd gesteld aan een derde of niet. De belastingdienst meende van wel en weigerde de aftrek van betaalde hypotheekrente.
De rechtbank oordeelde anders. Uit de feitelijke gedragingen van de eigenaar bleek dat de woning hem, ook nadat zijn dochter daar was gaan wonen, nog steeds ter beschikking stond. Volgens de rechtbank was de woning niet ter beschikking gesteld aan derden.