Eigen schuld belastingplichtige
De Hoge Raad heeft in 2006 bepaald dat opzet of schuld van de adviseur van een belastingplichtige niet meer mag worden toegerekend aan de belastingplichtige als rechtvaardiging voor het opleggen van een boete. Bij de belastingplichtige zelf moet tenminste grove schuld aanwezig zijn.
Een BV met slechts één werknemer stuurde het ondertekende maar oningevulde aangiftebiljet loonbelasting over het tweede kwartaal van 2003 naar haar adviseur. Hoewel in dat kwartaal loon werd uitbetaald, vulde de adviseur abusievelijk een te betalen bedrag van nihil in op de aangifte. Volgens de rechtbank Den Haag was het duidelijk dat over het tweede kwartaal een flink bedrag aan loonbelasting moest worden afgedragen. Dat de BV kort daarvoor een aanslag van € 9.500 had betaald was niet van belang omdat die aanslag betrekking had op een ander tijdvak. De rechtbank verweet de BV dat zij geen contact met haar adviseur had gezocht toen een opdracht of uitnodiging tot betaling van loonheffing over het tweede kwartaal uitbleef. Met het ondertekenen van een oningevuld aangiftebiljet, waarmee de BV toch verklaarde het biljet stelling en zonder voorbehoud te hebben ingevuld, had de BV niet de vereiste voorzorg in acht genomen om deze fout te voorkomen.
De Hoge Raad heeft in 2006 bepaald dat opzet of schuld van de adviseur van een belastingplichtige niet meer mag worden toegerekend aan de belastingplichtige als rechtvaardiging voor het opleggen van een boete. Bij de belastingplichtige zelf moet tenminste grove schuld aanwezig zijn.
Een BV met slechts één werknemer stuurde het ondertekende maar oningevulde aangiftebiljet loonbelasting over het tweede kwartaal van 2003 naar haar adviseur. Hoewel in dat kwartaal loon werd uitbetaald, vulde de adviseur abusievelijk een te betalen bedrag van nihil in op de aangifte. Volgens de rechtbank Den Haag was het duidelijk dat over het tweede kwartaal een flink bedrag aan loonbelasting moest worden afgedragen. Dat de BV kort daarvoor een aanslag van € 9.500 had betaald was niet van belang omdat die aanslag betrekking had op een ander tijdvak. De rechtbank verweet de BV dat zij geen contact met haar adviseur had gezocht toen een opdracht of uitnodiging tot betaling van loonheffing over het tweede kwartaal uitbleef. Met het ondertekenen van een oningevuld aangiftebiljet, waarmee de BV toch verklaarde het biljet stelling en zonder voorbehoud te hebben ingevuld, had de BV niet de vereiste voorzorg in acht genomen om deze fout te voorkomen.