EG-Hof breidt fiscale eenheid uit

De Franse vennootschapsbelasting kent een groepsregeling die vergelijkbaar is met de Nederlandse regeling voor de fiscale eenheid. De Franse regeling stelt als voorwaarde voor opname in een groep dat de moedermaatschappij direct of indirect tenminste 95% van het aandelenkapitaal bezit. Alleen vennootschappen waarvan de resultaten onderworpen zijn aan de Franse vennootschapsbelasting kunnen lid zijn van een groep. Dat betekent dat zij in Frankrijk gevestigd moeten zijn of daar een vaste inrichting moeten hebben. In het geval van een indirect belang geldt als voorwaarde dat de tussenliggende vennootschap ook lid is van de groep en dus in Frankrijk aan de vennootschapsbelasting is onderworpen. Daardoor is een via een buitenlandse vennootschap gehouden belang uitgesloten van opname in een groep, ook al is voldaan aan de vereiste omvang van het belang en al is de kleindochter belastingplichtig in Frankrijk. Naar het oordeel van het Hof van Justitie EG is dat in strijd met de in het EG-verdrag vastgelegde vrijheid van vestiging. Opmerkelijk is overigens dat de Franse rechter die de prejudiciƫle vragen aan het Hof van Justitie EG heeft gesteld, zich heeft beperkt tot de positie van de kleindochtermaatschappij en geen vragen heeft gesteld over het opnemen van de (in Nederland gevestigde) dochtermaatschappij in de groep. De Nederlandse regeling voor de fiscale eenheid stelt als voorwaarde dat de samenstellende delen in Nederland zijn gevestigd of dat er sprake is van een vaste inrichting die in Nederland wordt belast.
De Franse vennootschapsbelasting kent een groepsregeling die vergelijkbaar is met de Nederlandse regeling voor de fiscale eenheid. De Franse regeling stelt als voorwaarde voor opname in een groep dat de moedermaatschappij direct of indirect tenminste 95% van het aandelenkapitaal bezit. Alleen vennootschappen waarvan de resultaten onderworpen zijn aan de Franse vennootschapsbelasting kunnen lid zijn van een groep. Dat betekent dat zij in Frankrijk gevestigd moeten zijn of daar een vaste inrichting moeten hebben. In het geval van een indirect belang geldt als voorwaarde dat de tussenliggende vennootschap ook lid is van de groep en dus in Frankrijk aan de vennootschapsbelasting is onderworpen. Daardoor is een via een buitenlandse vennootschap gehouden belang uitgesloten van opname in een groep, ook al is voldaan aan de vereiste omvang van het belang en al is de kleindochter belastingplichtig in Frankrijk.
Naar het oordeel van het Hof van Justitie EG is dat in strijd met de in het EG-verdrag vastgelegde vrijheid van vestiging. Opmerkelijk is overigens dat de Franse rechter die de prejudiciƫle vragen aan het Hof van Justitie EG heeft gesteld, zich heeft beperkt tot de positie van de kleindochtermaatschappij en geen vragen heeft gesteld over het opnemen van de (in Nederland gevestigde) dochtermaatschappij in de groep.
De Nederlandse regeling voor de fiscale eenheid stelt als voorwaarde dat de samenstellende delen in Nederland zijn gevestigd of dat er sprake is van een vaste inrichting die in Nederland wordt belast.
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u