
Voor dezelfde strafbare gedraging mag slechts een keer een boete of andere straf worden opgelegd. In de praktijk wordt nogal eens over het hoofd gezien dat een volgende boete een al eerder beboet feit betreft. Dat deed zich voor in een casus waarin aanvankelijk een naheffingsaanslag loonheffing ter grootte van € 270 werd opgelegd met een verzuimboete van 5% van dit bedrag wegens het niet betalen van de loonheffing. Later bleek dat in het betreffende kwartaal € 43.650 aan loonheffing meer was ingehouden dan het nageheven bedrag. Er volgde een tweede naheffingsaanslag met een vergrijpboete van 50% (€ 21.825) Zowel de verzuimboete als de vergrijpboete was gekoppeld aan een naheffingsaanslag over het vierde kwartaal. Beide naheffingsaanslagen konden alleen betrekking hebben op het loon van de enige werknemer. Daarmee waren beide boetes opgelegd voor hetzelfde feit. De Hoge Raad heeft de tweede boete vernietigd.
De inspecteur heeft wel de bevoegdheid om, als een eerste naheffingsaanslag te laag is gebleken, een tweede naheffingsaanslag op te leggen voor het verschil. Als de tweede naheffingsaanslag betrekking heeft op hetzelfde feit, kan de inspecteur dus de eerder vastgestelde boete niet corrigeren door het opleggen van een aanvullende boete. Het bedrag van de eerste naheffingsaanslag waaraan de eerste boete is gekoppeld is niet relevant voor het antwoord op de vraag of een aanvullende boete kan worden opgelegd. Het gaat om de omschrijving van de beboetbare gedraging waarvoor de eerste boete is opgelegd.