Eerst bestaan dienstbetrekking beoordelen, dan pas zelfstandigheid

Wanneer het UWV bij de beoordeling van een arbeidsverhouding verzekeringsplicht heeft aangenomen op grond van het bestaan van een privaatrechtelijke dienstbetrekking moet in een procedure eerst worden beoordeeld of aan de voorwaarden van een privaatrechtelijke dienstbetrekking is voldaan. Bij die beoordeling is niet van belang dat de persoon die de werkzaamheden verricht een zelfstandige is, omdat desondanks werkzaamheden kunnen zijn verricht in het kader van een dienstbetrekking. Het bestaan van een verklaring arbeidsrelatie voor het jaar 2005 mag niet zonder meer in de beoordeling van eerdere jaren worden meegenomen. Op grond van de toen geldende wet- en regelgeving was die verklaring slechts van betekenis bij een fictieve dienstbetrekking en niet bij een echte privaatrechtelijke dienstbetrekking waarop in dit geval de verzekeringsplicht was gebaseerd. Op basis van een beoordeling van de arbeidsverhouding was de Centrale Raad van Beroep vervolgens van oordeel dat het UWV terecht een dienstbetrekking had aangenomen voor een persoon die het machinepark van een bedrijf onderhield. Deze persoon moest de werkzaamheden zelf verrichten. Hij werd ingeschakeld wegens zijn deskundigheid en bekwaamheid. Er was een verplichting tot loonbetaling bestaande uit de voor de werkzaamheden betaalde vergoeding. Ook was er een gezagsverhouding omdat de betrokken persoon zijn werkzaamheden verrichtte in de werkplaats van zijn opdrachtgever met en aan diens machines. De verrichte werkzaamheden waren noodzakelijk voor de instandhouding van het productieproces van de opdrachtgever en vormden een essentieel onderdeel daarvan. De Centrale Raad van Beroep was van oordeel dat het UWV terecht verzekeringsplicht voor de sociale werknemersverzekeringswetten had aangenomen.
Wanneer het UWV bij de beoordeling van een arbeidsverhouding verzekeringsplicht heeft aangenomen op grond van het bestaan van een privaatrechtelijke dienstbetrekking moet in een procedure eerst worden beoordeeld of aan de voorwaarden van een privaatrechtelijke dienstbetrekking is voldaan. Bij die beoordeling is niet van belang dat de persoon die de werkzaamheden verricht een zelfstandige is, omdat desondanks werkzaamheden kunnen zijn verricht in het kader van een dienstbetrekking. Het bestaan van een verklaring arbeidsrelatie voor het jaar 2005 mag niet zonder meer in de beoordeling van eerdere jaren worden meegenomen. Op grond van de toen geldende wet- en regelgeving was die verklaring slechts van betekenis bij een fictieve dienstbetrekking en niet bij een echte privaatrechtelijke dienstbetrekking waarop in dit geval de verzekeringsplicht was gebaseerd. Op basis van een beoordeling van de arbeidsverhouding was de Centrale Raad van Beroep vervolgens van oordeel dat het UWV terecht een dienstbetrekking had aangenomen voor een persoon die het machinepark van een bedrijf onderhield. Deze persoon moest de werkzaamheden zelf verrichten. Hij werd ingeschakeld wegens zijn deskundigheid en bekwaamheid. Er was een verplichting tot loonbetaling bestaande uit de voor de werkzaamheden betaalde vergoeding. Ook was er een gezagsverhouding omdat de betrokken persoon zijn werkzaamheden verrichtte in de werkplaats van zijn opdrachtgever met en aan diens machines. De verrichte werkzaamheden waren noodzakelijk voor de instandhouding van het productieproces van de opdrachtgever en vormden een essentieel onderdeel daarvan. De Centrale Raad van Beroep was van oordeel dat het UWV terecht verzekeringsplicht voor de sociale werknemersverzekeringswetten had aangenomen.
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u