Eerdere brief was bezwaarschrift
De termijn voor het indienen van een bezwaarschrift tegen een aanslag bedraagt zes weken. Een bezwaarschrift is tijdig ingediend als de belastingdienst het voor het einde van de bezwaartermijn heeft ontvangen. Bij verzending per post is een bezwaarschrift ook nog tijdig ingediend als het voor het einde van de termijn is gepost en het binnen een week na afloop van de termijn is ontvangen. Te late indiening van een bezwaarschrift kan leiden tot niet-ontvankelijkheid.
De belastingdienst verklaarde iemand niet-ontvankelijk omdat zijn bezwaarschrift een maand na het verstrijken van de bezwaartermijn binnen kwam. De rechtbank was echter van oordeel dat een eerdere brief als bezwaarschrift gold. Die brief was verzonden in reactie op de mededeling van de inspecteur dat hij voornemens was om van de aangifte af te wijken. De inspecteur stelde de belanghebbende nog in de gelegenheid om vóór een bepaalde datum te reageren. Daarna zou de inspecteur de aanslag opleggen met de door hem voorgestelde afwijkingen. De brief van belanghebbende in reactie op het voornemen tot afwijking werd pas een week na de fatale datum verstuurd. Volgens de rechtbank kon de belanghebbende op dat moment menen dat de aanslag reeds was vastgesteld. Gezien de inhoud van de brief moest deze als bezwaarschrift worden aangemerkt. De inspecteur moet nu opnieuw uitspraak doen op het bezwaar.
De termijn voor het indienen van een bezwaarschrift tegen een aanslag bedraagt zes weken. Een bezwaarschrift is tijdig ingediend als de belastingdienst het voor het einde van de bezwaartermijn heeft ontvangen. Bij verzending per post is een bezwaarschrift ook nog tijdig ingediend als het voor het einde van de termijn is gepost en het binnen een week na afloop van de termijn is ontvangen. Te late indiening van een bezwaarschrift kan leiden tot niet-ontvankelijkheid.
De belastingdienst verklaarde iemand niet-ontvankelijk omdat zijn bezwaarschrift een maand na het verstrijken van de bezwaartermijn binnen kwam. De rechtbank was echter van oordeel dat een eerdere brief als bezwaarschrift gold. Die brief was verzonden in reactie op de mededeling van de inspecteur dat hij voornemens was om van de aangifte af te wijken. De inspecteur stelde de belanghebbende nog in de gelegenheid om vóór een bepaalde datum te reageren. Daarna zou de inspecteur de aanslag opleggen met de door hem voorgestelde afwijkingen. De brief van belanghebbende in reactie op het voornemen tot afwijking werd pas een week na de fatale datum verstuurd. Volgens de rechtbank kon de belanghebbende op dat moment menen dat de aanslag reeds was vastgesteld. Gezien de inhoud van de brief moest deze als bezwaarschrift worden aangemerkt. De inspecteur moet nu opnieuw uitspraak doen op het bezwaar.