Economische eigendom bedrijfspand met bovenwoning

Een ondernemer dreef zijn onderneming in een pand dat eigendom was van zijn echtgenote. De bedrijfsruimte lag op de begane grond van het pand. Op de verdieping was een bovenwoning met een afzonderlijke opgang. De ondernemer en zijn echtgenote woonden daar. De ondernemer rekende het gehele pand tot zijn ondernemingsvermogen. De afschrijvingen op het pand en alle overige kosten bracht de ondernemer ten laste van zijn winst. De kosten van een verbouwing van het pand werden geactiveerd en afgeschreven ten laste van de winst.

Bij de staking van de onderneming in 2002 werd de stakingswinst verhoogd in verband met het overbrengen van het pand vanuit het ondernemings- naar het privévermogen.

De rechtbank was van oordeel dat de ondernemer sinds de aankoop van het pand door zijn echtgenote de economische eigendom daarvan had. Bepalend daarvoor was dat de ondernemer zijn bedrijf vanaf het begin in het pand had uitgeoefend, ook toen het nog eigendom was van een ander. Nadat zijn echtgenote het pand had gekocht, nam de ondernemer het pand kennelijk met haar instemming op de ondernemingsbalans op. Voor het gebruik van de bedrijfsruimte hoefde de ondernemer geen vergoeding te betalen aan zijn echtgenote. Dat had hij overigens ook niet gedaan.

Vervolgens moest beoordeeld worden of het gehele pand terecht als ondernemingsvermogen was aangemerkt. Hoewel het pand juridisch één onroerende zaak vormde, was het feitelijk gesplitst in een deel voor de onderneming en een deel voor bewoning. De rechtbank beoordeelde voor beide delen afzonderlijk of zij verplicht privévermogen, verplicht ondernemingsvermogen of keuzevermogen vormden. De bedrijfsruimte vormde verplicht ondernemingsvermogen. De bovenwoning was keuzevermogen. Door de bovenwoning tot het ondernemingsvermogen te rekenen werden de grenzen der redelijkheid niet overschreden. De echtgenote had het gehele pand gekocht met het oog op het belang van de onderneming. Daarom had zij de gehele economische eigendom van het pand aan haar man overgedragen. De rechtbank vond dat de bovenwoning dienstbaar was aan de onderneming.

<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt" >Een ondernemer dreef zijn onderneming in een pand dat eigendom was van zijn echtgenote. De bedrijfsruimte lag op de begane grond van het pand. Op de verdieping was een bovenwoning met een afzonderlijke opgang. De ondernemer en zijn echtgenote woonden daar. De ondernemer rekende het gehele pand tot zijn ondernemingsvermogen. De afschrijvingen op het pand en alle overige kosten bracht de ondernemer ten laste van zijn winst. De kosten van een verbouwing van het pand werden geactiveerd en afgeschreven ten laste van de winst. </P>
<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt" >Bij de staking van de onderneming in 2002 werd de stakingswinst verhoogd in verband met het overbrengen van het pand vanuit het ondernemings- naar het privévermogen. </P>
<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt" >De rechtbank was van oordeel dat de ondernemer sinds de aankoop van het pand door zijn echtgenote de economische eigendom daarvan had. Bepalend daarvoor was dat de ondernemer zijn bedrijf vanaf het begin in het pand had uitgeoefend, ook toen het nog eigendom was van een ander. Nadat zijn echtgenote het pand had gekocht, nam de ondernemer het pand kennelijk met haar instemming op de ondernemingsbalans op. Voor het gebruik van de bedrijfsruimte hoefde de ondernemer geen vergoeding te betalen aan zijn echtgenote. Dat had hij overigens ook niet gedaan. </P>
<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt" >Vervolgens moest beoordeeld worden of het gehele pand terecht als ondernemingsvermogen was aangemerkt. Hoewel het pand juridisch één onroerende zaak vormde, was het feitelijk gesplitst in een deel voor de onderneming en een deel voor bewoning. De rechtbank beoordeelde voor beide delen afzonderlijk of zij verplicht privévermogen, verplicht ondernemingsvermogen of keuzevermogen vormden. De bedrijfsruimte vormde verplicht ondernemingsvermogen. De bovenwoning was keuzevermogen. Door de bovenwoning tot het ondernemingsvermogen te rekenen werden de grenzen der redelijkheid niet overschreden. De echtgenote had het gehele pand gekocht met het oog op het belang van de onderneming. Daarom had zij de gehele economische eigendom van het pand aan haar man overgedragen. De rechtbank vond dat de bovenwoning dienstbaar was aan de onderneming.</P>
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u