Echtgenote was geen ondernemer
Ondernemer voor de omzetbelasting is degene die zelfstandig een bedrijf of beroep uitoefent. Ook het exploiteren van vermogensbestanddelen kan ondernemerschap opleveren, wanneer die exploitatie gebeurt om er duurzaam opbrengst uit te verkrijgen. Zonder opbrengst is er bij de exploitatie van vermogensbestanddelen geen sprake van ondernemerschap, zo heeft de rechtbank Haarlem onlangs nog duidelijk gemaakt. De procedure had betrekking op een buiten gemeenschap van goederen gehuwd echtpaar, dat gezamenlijk een woning kocht. De woning bevatte een bedrijfsgedeelte, dat in de onderneming van de man werd gebruikt. De echtgenote stelde haar aandeel in het bedrijfsgedeelte van de woning ter beschikking aan de onderneming van haar echtgenoot. De echtgenoten wilden als één ondernemer, een zogenaamde fiscale eenheid voor de omzetbelasting, worden aangemerkt. Daarvoor is vereist dat beide echtgenoten ondernemer zijn. Omdat de echtgenote geen vergoeding vroeg voor de terbeschikkingstelling van haar aandeel in het pand was zij geen ondernemer.
Uit rechtspraak van het Hof van Justitie EG volgt dat bij gezamenlijke aanschaf van een investeringsgoed door in gemeenschap van goederen gehuwde echtgenoten, de echtgenoot die ondernemer is recht heeft op aftrek van de voorbelasting die op het bedrijfsgedeelte drukt, voor zover dat bedrag niet hoger is dan zijn aandeel in de mede-eigendom. De rechtbank Haarlem paste deze jurisprudentie toe op de gezamenlijke aanschaf door niet in gemeenschap van goederen gehuwde echtgenoten. Het aandeel in de mede-eigendom van het pand bedroeg voor ieder van de echtgenoten 50%. De man had daarom recht op aftrek van 50% van de voorbelasting op de aanschaf van het pand. Dat gold ook voor de omzetbelasting die in rekening was gebracht over de kosten van de verbouwing van het pand.
Ondernemer voor de omzetbelasting is degene die zelfstandig een bedrijf of beroep uitoefent. Ook het exploiteren van vermogensbestanddelen kan ondernemerschap opleveren, wanneer die exploitatie gebeurt om er duurzaam opbrengst uit te verkrijgen. Zonder opbrengst is er bij de exploitatie van vermogensbestanddelen geen sprake van ondernemerschap, zo heeft de rechtbank Haarlem onlangs nog duidelijk gemaakt. De procedure had betrekking op een buiten gemeenschap van goederen gehuwd echtpaar, dat gezamenlijk een woning kocht. De woning bevatte een bedrijfsgedeelte, dat in de onderneming van de man werd gebruikt. De echtgenote stelde haar aandeel in het bedrijfsgedeelte van de woning ter beschikking aan de onderneming van haar echtgenoot. De echtgenoten wilden als één ondernemer, een zogenaamde fiscale eenheid voor de omzetbelasting, worden aangemerkt. Daarvoor is vereist dat beide echtgenoten ondernemer zijn. Omdat de echtgenote geen vergoeding vroeg voor de terbeschikkingstelling van haar aandeel in het pand was zij geen ondernemer.
Uit rechtspraak van het Hof van Justitie EG volgt dat bij gezamenlijke aanschaf van een investeringsgoed door in gemeenschap van goederen gehuwde echtgenoten, de echtgenoot die ondernemer is recht heeft op aftrek van de voorbelasting die op het bedrijfsgedeelte drukt, voor zover dat bedrag niet hoger is dan zijn aandeel in de mede-eigendom. De rechtbank Haarlem paste deze jurisprudentie toe op de gezamenlijke aanschaf door niet in gemeenschap van goederen gehuwde echtgenoten. Het aandeel in de mede-eigendom van het pand bedroeg voor ieder van de echtgenoten 50%. De man had daarom recht op aftrek van 50% van de voorbelasting op de aanschaf van het pand. Dat gold ook voor de omzetbelasting die in rekening was gebracht over de kosten van de verbouwing van het pand.