
Wanneer iemand een belastingaanslag niet binnen de gestelde termijn betaald heeft, stuurt de ontvanger hem een aanmaning tot betaling. In die aanmaning geeft de ontvanger een termijn van 10 dagen om alsnog te betalen. Gebeurt dat niet, dan kan de ontvanger een dwangbevel uitvaardigen. Daarbij brengt de ontvanger kosten van invordering in rekening aan de persoon die in gebreke is gebleven om de belasting tijdig te betalen.
De wetgever heeft het risico van het niet ontvangen van aanslagbiljetten en aanmaningen bij de belastingplichtige gelegd om vertraging van de invordering te voorkomen. Dat betekent dat een belastingplichtige zich er niet op kan beroepen dat hij een aanslag of een aanmaning niet heeft ontvangen. Wel dient de ontvanger, als de belastingplichtige de ontvangst ontkent, te bewijzen dat de aanslag en de aanmaning daadwerkelijk en naar het juiste adres zijn verzonden. Slaagt de ontvanger daarin, dan is een dwangbevel terecht uitgevaardigd en zijn terecht kosten in rekening gebracht.