Duidelijkheid over marge WOZ-waarde
Ter voorkoming van procedures over kleine waardeverschillen van onroerende zaken bevat de Wet Waardering Onroerende Zaken (WOZ) sinds enkele jaren een bepaling dat de bij beschikking vastgestelde waarde geacht wordt juist te zijn, indien de werkelijke waarde in het economische verkeer van de onroerende zaak niet meer dan 4% afwijkt van de waarde volgens de beschikking. Deze bepaling heeft tot procedures geleid omdat niet duidelijk was of de afwijking moest worden beoordeeld ten opzichte van de oorspronkelijke beschikking of ten opzichte van de verlaagde waarde na bezwaar of beroep. Aan deze onduidelijkheid is nu een einde gekomen door een arrest van de Hoge Raad. Aanleiding was een uitspraak van Hof Den Bosch waarin het Hof oordeelde dat de Rechtbank deze bepaling had geschonden door de bij uitspraak op bezwaar vastgestelde WOZ-waarde te verminderen van € 309.000 naar € 300.000. Deze verlaging bedroeg slechts 3% en bleef daarmee binnen de marge, aldus het Hof.
Volgens de Hoge Raad moet de oorspronkelijk vastgestelde waarde als uitgangspunt worden genomen voor de beoordeling of de marge wordt overschreden. Dat betekent dat er meer ruimte is voor verdere verlaging van de aanvankelijk vastgestelde waarde in gevallen waarin niet volledig is tegemoet gekomen aan de bezwaren van de eigenaar van de onroerende zaak.
Als de bij beschikking vastgestelde waarde binnen de wettelijke marge zou afwijken van de werkelijke waarde is het bezwaar, beroep of hoger beroep weliswaar ongegrond, maar dat neemt niet weg dat de heffingsambtenaar van de gemeente de mogelijkheid en de bevoegdheid heeft om een bij beschikking vastgestelde waarde binnen de marge te verlagen.
Ter voorkoming van procedures over kleine waardeverschillen van onroerende zaken bevat de Wet Waardering Onroerende Zaken (WOZ) sinds enkele jaren een bepaling dat de bij beschikking vastgestelde waarde geacht wordt juist te zijn, indien de werkelijke waarde in het economische verkeer van de onroerende zaak niet meer dan 4% afwijkt van de waarde volgens de beschikking. Deze bepaling heeft tot procedures geleid omdat niet duidelijk was of de afwijking moest worden beoordeeld ten opzichte van de oorspronkelijke beschikking of ten opzichte van de verlaagde waarde na bezwaar of beroep. Aan deze onduidelijkheid is nu een einde gekomen door een arrest van de Hoge Raad. Aanleiding was een uitspraak van Hof Den Bosch waarin het Hof oordeelde dat de Rechtbank deze bepaling had geschonden door de bij uitspraak op bezwaar vastgestelde WOZ-waarde te verminderen van € 309.000 naar € 300.000. Deze verlaging bedroeg slechts 3% en bleef daarmee binnen de marge, aldus het Hof.
Volgens de Hoge Raad moet de oorspronkelijk vastgestelde waarde als uitgangspunt worden genomen voor de beoordeling of de marge wordt overschreden. Dat betekent dat er meer ruimte is voor verdere verlaging van de aanvankelijk vastgestelde waarde in gevallen waarin niet volledig is tegemoet gekomen aan de bezwaren van de eigenaar van de onroerende zaak.
Als de bij beschikking vastgestelde waarde binnen de wettelijke marge zou afwijken van de werkelijke waarde is het bezwaar, beroep of hoger beroep weliswaar ongegrond, maar dat neemt niet weg dat de heffingsambtenaar van de gemeente de mogelijkheid en de bevoegdheid heeft om een bij beschikking vastgestelde waarde binnen de marge te verlagen.