
De minister van Financiën heeft een aantal eerdere beleidsbesluiten over pensioenen en stamrechten samengevoegd en geactualiseerd. Het merendeel van het besluit bevat inhoudelijk ongewijzigd beleid. Het besluit bevat nieuw beleid over het uitstellen van de pensioendatum bij doorwerken als ondernemer na het einde van de dienstbetrekking en over pensioenregelingen met een te hoog partnerpensioen.
Het onderdeel over de berekening van de relevante kosten van de pensioenregeling bij eigen beheer is meer in overeenstemming gebracht met een beleidsbesluit over de waardering voor de vennootschapsbelasting.
Doorwerken na pensioendatum
Bestaande pensioenrechten uit een eerdere dienstbetrekking mogen worden uitgesteld tot het moment waarop de werknemer in een volgende dienstbetrekking met een latere pensioendatum met pensioen gaat. Voorwaarde voor dit uitstel is dat de werknemer in de nieuwe dienstbetrekking niet minder gaat werken. Gaat hij wel minder werken, dan moet het pensioen uit de oude dienstbetrekking naar rato ingaan.
De minister heeft nu goedgekeurd, dat uitstel van de pensioendatum ook is toegestaan bij doorwerken als ondernemer na beëindiging van de dienstbetrekking. Aan de goedkeuring zijn de volgende voorwaarden verbonden:
1. De pensioenregeling bevat de mogelijkheid van uitstel en de pensioenuitvoerder is bereid mee te werken aan het uitstel.
2. De ondernemer gaat niet minder uren werken dan voorheen in loondienst. Is dat wel het geval dan gaat het pensioen gedeeltelijk in.
3. De ondernemer moet aan de pensioenuitvoerder een verklaring overhandigen waaruit blijkt dat hij ondernemer is en hoeveel hij werkt. Een latere structurele vermindering van de omvang van de werkzaamheden moet hij doorgeven.
4. De pensioenuitvoerder bewaart deze verklaringen.
5. Bij een structurele vermindering van de werkzaamheden gaat het ouderdomspensioen direct in.
6. Uitstel is alleen mogelijk op een verzoek dat vóór de ingangsdatum van het pensioen is gedaan.