
De partijen in een procedure worden door de griffie uitgenodigd om ter zitting te verschijnen. Partijen hoeven niet bij de zitting aanwezig te zijn. De rechter kan dan de zitting toch door laten gaan. In een geval waarin de belanghebbende vóór de aanvang van het onderzoek ter zitting telefonisch had laten weten dat hij vanwege een file niet op tijd kon zijn maar later zou komen, koos Hof Den Haag ervoor de zitting op de geplande tijd te laten beginnen. Uiteindelijk kwam de belanghebbende pas na de zitting in het Paleis van Justitie aan.
Volgens de Hoge Raad had het hof, gelet op de inhoud van de telefonische mededeling, ervan moeten uitgaan dat de belanghebbende bij het onderzoek in de zaak aanwezig wilde zijn. Vervolgens had het hof het belang van de persoonlijke aanwezigheid van de belanghebbende moeten afwegen tegen het belang van een doelmatige procesgang. Gezien de uitspraak had het hof deze belangenafweging niet gemaakt. De Hoge Raad vernietigde daarom de uitspraak en verwees de zaak naar Hof Den Bosch voor verdere behandeling.