
Loon is een ruim begrip en omvat alle voordelen die iemand uit zijn dienstbetrekking geniet. De Wet op de Loonbelasting kent een aantal uitzonderingen op het loonbegrip. Zo is er een regeling die kortingen op de aanschaf van branche-eigen producten bij de werkgever aanmerkt als vrije vergoedingen, op voorwaarde dat de korting niet hoger is dan 20% van de waarde in het economische verkeer en niet meer bedraagt dan een zeker bedrag per jaar.
In een procedure was de inzet of de doorbetalingen van provisie door een assurantietussenpersoon aan zijn werknemers onder deze regeling vielen. In een arrest uit 1957 heeft de Hoge Raad geoordeeld dat door een werknemer van een assurantietussenpersoon ontvangen provisie loon uit de dienstbetrekking vormt. Het ging om de doorbetaling van de provisie, die de assurantietussenpersoon ontving van verzekeringsmaatschappijen voor verzekeringen, die werknemers voor zichzelf en voor hun gezinsleden afsloten, aan de betreffende werknemers. De vraag was of de doorbetaling van provisie een vrijgestelde vergoeding was of onderdeel was van het loon van de betrokken werknemers. De werkgever meende dat het ging om vergoedingen en hield geen loonbelasting in op de doorbetalingen. De Belastingdienst meende dat sprake was van loon en legde een naheffingsaanslag op.
Hof Den Haag verminderde de naheffingsaanslag door 20% van de doorbetaalde provisie als vrijgestelde vergoeding aan te merken. De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie van de staatssecretaris tegen deze uitspraak afgewezen. Volgens de Hoge Raad hebben de werknemers producten van de werkgever aangeschaft, ook al hebben de betrokken werknemers zelf alle benodigde werkzaamheden verricht. Verder oordeelt de Hoge Raad dat wanneer de werknemers van een assurantietussenpersoon gebruik maken van zijn bemiddelingsdiensten, dat voor de Loonbelasting geldt als de aanschaf van branche-eigen producten van het bedrijf van de werkgever.