
Voor de heffing van omzetbelasting geldt als regel dat betalingen aan een ondernemer de tegenwaarde voor een prestatie vormen. Dat betekent dat over deze bedragen omzetbelasting moet worden berekend als sprake is van belaste prestaties. Een uitzondering geldt voor het doorbelasten van kosten voor gemene rekening. Daarvan is sprake als kosten, die worden gemaakt ten behoeve van verschillende ondernemers, door één van hen worden betaald en vervolgens voor het werkelijke bedrag worden doorberekend aan deze ondernemers volgens een vaste verdeelsleutel. Het risico van de kosten moet alle betrokken ondernemers volgens de overeengekomen verdeelsleutel aangaan.
Een ondernemer voor de omzetbelasting verzorgde naast onderwijs de administratie van een aantal scholen. De administraties werden verzorgd door personeel dat bij de ondernemer in loondienst was in een daarvoor gehuurd en ingericht pand. De ondernemer meende dat het verzorgen van administraties viel onder het doorbelasten van kosten voor gemene rekening. Alle kosten, inclusief die van personeel en gebouw, werden doorbelast zonder winstopslag.
Volgens Hof Den Bosch was geen sprake van doorberekening van kosten voor gemene rekening. Daarvoor is nodig dat alle partijen rechtstreeks betrokken zijn bij het maken van de kosten en dat de kosten vervolgens zodanig over de betrokken partijen worden omgeslagen dat daarbij de grootte van ieders aandeel in de kosten wordt weerspiegeld. De betrokken partijen zijn als het ware ieder individueel materieel afnemer van de prestaties met alle risico’s van dien, hoewel de penvoerder als formele afnemer optreedt. Die omstandigheden deden zich hier niet voor. De betrokken partijen konden kiezen welk pakket werkzaamheden zij wilden afnemen voor een door de ondernemer vastgesteld bedrag. De eis van rechtstreekse betrokkenheid bij de kosten gaat verder dan het afnemen van een gekozen pakket werkzaamheden tegen een deel van de totale kosten.