Doorbelaste huisvestingskosten deels studiekosten
Opleidingskosten kunnen, mits zij een zekere drempel overschrijden, aftrekbaar zijn. Niet alle kosten die worden gemaakt in verband met de opleiding zijn echter aftrekbaar.
Een opleidingsinstituut verzorgde in een gehuurde ruimte een opleiding die onder meer bestond uit tien opleidingsweekenden. Per opleidingsweekend worden vijf sessies van maximaal drie uur per sessie gehouden. De cursisten verbleven het gehele weekend op deze locatie. Het opleidingsinstituut bracht de huisvestingskosten afzonderlijk in rekening. Een van de cursisten bracht de kosten van huisvesting in aftrek als studiekosten, maar de inspecteur accepteerde deze aftrekpost niet.
Hof Leeuwarden stond aftrek toe van 36% van de huisvestingskosten die door het opleidingsinstituut in rekening waren gebracht. Het percentage van 36 kwam tot stand door het aantal opleidingsuren te delen door de duur van het verblijf. De andere uren hadden geen betrekking op de opleiding; de uitgaven daarvoor waren normale verblijfkosten.
Volgens de Hoge Raad bestonden de doorberekende kosten deels uit kosten voor het gebruik van door het opleidingsinstituut gehuurde opleidingsruimten. Net als de in cursusgelden begrepen kosten van lesruimten in scholen of universiteiten vallen dergelijke kosten niet onder de niet als studiekosten aftrekbare kosten van levensonderhoud van de cursisten. De opvatting van het Hof is juist. De bepaling van de aftrekbare kosten op 36% van het totaal is een feitelijk oordeel dat niet voor cassatie vatbaar is.
Opleidingskosten kunnen, mits zij een zekere drempel overschrijden, aftrekbaar zijn. Niet alle kosten die worden gemaakt in verband met de opleiding zijn echter aftrekbaar.
Een opleidingsinstituut verzorgde in een gehuurde ruimte een opleiding die onder meer bestond uit tien opleidingsweekenden. Per opleidingsweekend worden vijf sessies van maximaal drie uur per sessie gehouden. De cursisten verbleven het gehele weekend op deze locatie. Het opleidingsinstituut bracht de huisvestingskosten afzonderlijk in rekening. Een van de cursisten bracht de kosten van huisvesting in aftrek als studiekosten, maar de inspecteur accepteerde deze aftrekpost niet.
Hof Leeuwarden stond aftrek toe van 36% van de huisvestingskosten die door het opleidingsinstituut in rekening waren gebracht. Het percentage van 36 kwam tot stand door het aantal opleidingsuren te delen door de duur van het verblijf. De andere uren hadden geen betrekking op de opleiding; de uitgaven daarvoor waren normale verblijfkosten.
Volgens de Hoge Raad bestonden de doorberekende kosten deels uit kosten voor het gebruik van door het opleidingsinstituut gehuurde opleidingsruimten. Net als de in cursusgelden begrepen kosten van lesruimten in scholen of universiteiten vallen dergelijke kosten niet onder de niet als studiekosten aftrekbare kosten van levensonderhoud van de cursisten. De opvatting van het Hof is juist. De bepaling van de aftrekbare kosten op 36% van het totaal is een feitelijk oordeel dat niet voor cassatie vatbaar is.