Door langdurige uitzending geen eigen woning meer

De Hoge Raad heeft een uitspraak van Hof Den Bosch over het karakter van de woning van een werknemer die door zijn werkgever voor langere tijd naar het buitenland word uitgezonden bevestigd. Volgens het Hof verloor de aangehouden en tijdelijk verhuurde woning van de werknemer het karakter van eigen woning omdat deze niet meer het hoofdverblijf van de werknemer vormde. De procedure had betrekking op een belastingambtenaar die tijdelijk werd uitgezonden naar de Nederlandse Antillen, aanvankelijk voor een periode van drie jaar. Hij hield zijn woning in Nederland aan en verhuurde deze tijdelijk. De werknemer verkocht de woning nadat hij had besloten op de Antillen te blijven wonen. De vraag was of in het jaar 2001 sprake was van een eigen woning die tijdelijk werd verhuurd of dat de ambtenaar een ander hoofdverblijf had, waardoor de eigenwoningregeling niet kon worden toegepast. Volgens het Hof had de ambtenaar vanaf augustus 1998 zijn hoofdverblijf op Curaçao. Het Hof baseerde dat oordeel op het feit dat de ambtenaar met zijn echtgenote op het eiland woonde en werkte, rekening houdend met de duur van de uitzending. De woning in Nederland was in 2001 niet langer het hoofdverblijf van de ambtenaar. De fiscale behandeling van de woning in eerdere jaren was door de wetswijziging per 1 januari 2001 niet meer van belang. Gevolg was dat de woning en de hypotheekschuld in box 3 vielen.
De Hoge Raad heeft een uitspraak van Hof Den Bosch over het karakter van de woning van een werknemer die door zijn werkgever voor langere tijd naar het buitenland word uitgezonden bevestigd. Volgens het Hof verloor de aangehouden en tijdelijk verhuurde woning van de werknemer het karakter van eigen woning omdat deze niet meer het hoofdverblijf van de werknemer vormde. De procedure had betrekking op een belastingambtenaar die tijdelijk werd uitgezonden naar de Nederlandse Antillen, aanvankelijk voor een periode van drie jaar. Hij hield zijn woning in Nederland aan en verhuurde deze tijdelijk. De werknemer verkocht de woning nadat hij had besloten op de Antillen te blijven wonen. De vraag was of in het jaar 2001 sprake was van een eigen woning die tijdelijk werd verhuurd of dat de ambtenaar een ander hoofdverblijf had, waardoor de eigenwoningregeling niet kon worden toegepast. Volgens het Hof had de ambtenaar vanaf augustus 1998 zijn hoofdverblijf op Curaçao. Het Hof baseerde dat oordeel op het feit dat de ambtenaar met zijn echtgenote op het eiland woonde en werkte, rekening houdend met de duur van de uitzending. De woning in Nederland was in 2001 niet langer het hoofdverblijf van de ambtenaar. De fiscale behandeling van de woning in eerdere jaren was door de wetswijziging per 1 januari 2001 niet meer van belang. Gevolg was dat de woning en de hypotheekschuld in box 3 vielen.
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u