Voor het bestaan van een privaatrechtelijke dienstbetrekking moet mondeling of schriftelijk een arbeidsovereenkomst zijn gesloten. Dat is een overeenkomst, waarbij de ene partij zich verbindt om in dienst van de andere partij tegen loon gedurende zekere tijd arbeid te verrichten. Deze omschrijving bevat de drie kenmerkende elementen voor een dienstbetrekking:
- het bestaan van een gezagsverhouding,
- de verplichting om persoonlijk arbeid te verrichten,
- de verplichting om loon te betalen.
Aan de hand van deze criteria moest Hof Den Bosch beoordelen of de in een seksclub werkzame prostituees in loondienst werkzaam waren bij de exploitant van de club. Volgens het Hof was dat het geval. De exploitant zorgde voor veilige, hygiƫnische en doelmatige werkplekken en regelde het arbeidsproces door middel van weekroosters, het opstellen van huisregels en werkafspraken. Verder was de exploitant verplicht om te controleren op aspecten als nationaliteit en meerderjarigheid. De rol van de exploitant was vergelijkbaar met die van een reguliere werkgever. Voor het bestaan van de gezagsverhouding is voldoende dat de werkgever bevoegd is de werknemer bindende aanwijzingen te geven over het te verrichten werk. Het is niet nodig dat de werkgever van deze bevoegdheid gebruik maakt.
Op basis van de aard van het werk, de gemaakte werkafspraken en de verleende vergunning, was willekeurige vervanging van het personeel niet denkbaar. Daarom was volgens het Hof voldaan aan het criterium van persoonlijke arbeidsverrichting.
De prostituees werden door de klant rechtstreeks betaald voor hun diensten. Deze betalingen waren een directe tegenprestatie voor verrichte arbeid die zonder het organisatorische kader en de door de exploitant beschikbaar gestelde voorzieningen niet had kunnen worden gerealiseerd. Het gegeven dat de klanten rechtstreeks aan de prostituees betaalden ontnam aan de betalingen niet het karakter van loon.