Door echtgenote betaalde lijfrentepremie niet aftrekbaar
Iemand verwerkte in zijn aangifte inkomstenbelasting 1999 een aftrek van buitengewone lasten voor ziektekosten van ƒ 2.357 en een aftrek lijfrentepremies van ƒ 12.346. De inspecteur weigerde de aftrek buitengewone lasten en accepteerde van de lijfrentepremie slechts ƒ 1.200. Voor het Hof was in geschil of de inspecteur terecht beide correcties heeft aangebracht. Uit de door de belastingplichtige overgelegde bescheiden bleek, dat de lijfrentepremie door zijn echtgenote was betaald. Die premie kon daarom niet bij hem in aftrek worden gebracht. De door hem betaalde ziektekosten overschreden de drempel niet, zodat hij geen recht op aftrek daarvan had. Het Hof verklaarde zijn beroep ongegrond en handhaafde de aanslag.
Iemand verwerkte in zijn aangifte inkomstenbelasting 1999 een aftrek van buitengewone lasten voor ziektekosten van ƒ 2.357 en een aftrek lijfrentepremies van ƒ 12.346. De inspecteur weigerde de aftrek buitengewone lasten en accepteerde van de lijfrentepremie slechts ƒ 1.200. Voor het Hof was in geschil of de inspecteur terecht beide correcties heeft aangebracht. Uit de door de belastingplichtige overgelegde bescheiden bleek, dat de lijfrentepremie door zijn echtgenote was betaald. Die premie kon daarom niet bij hem in aftrek worden gebracht. De door hem betaalde ziektekosten overschreden de drempel niet, zodat hij geen recht op aftrek daarvan had. Het Hof verklaarde zijn beroep ongegrond en handhaafde de aanslag.