Door beschikking inspecteur kon verlies op niet geregistreerde Agaathlening verrekend worden
Voor leningen aan beginnende ondernemers geldt een faciliteit in de inkomstenbelasting. Er moet wel aan een aantal voorwaarden worden voldaan. Zo dient de leningovereenkomst binnen vier weken na het vaststellen daarvan te worden geregistreerd. De faciliteit houdt een extra heffingskorting en een vrijstelling in box 3 in. Verder kent de wet de mogelijkheid om verliezen op dergelijke leningen in aftrek te brengen op het inkomen. Daarvoor is nodig een beschikking waarin de inspecteur verklaart dat het kwijtgescholden gedeelte van de geldlening niet meer voor verwezenlijking vatbaar is. Zonder die beschikking is aftrek in principe niet mogelijk. Desondanks stond de belastingdienst de aftrek toch toe in het geval van iemand die in 1999 een lening verstrekte aan zijn dochter. Zij was een startende ondernemer die de lening gebruikte ter financiering van haar ondernemingsvermogen. De dochter staakte de onderneming in 2001. Bij de regeling van de aanslag voor het jaar 2001 liet de belastingdienst een gedeelte van het verlies op de lening van ƒ 100.000 in aftrek toe. Voor het resterende gedeelte gaf de belastingdienst een voor bezwaar vatbare beschikking af. In zijn aangifte 2002 bracht de vader het resterende deel van de lening in aftrek. De belastingdienst stond de aftrek niet toe. Volgens de rechtbank heeft de belastingdienst niet de mogelijkheid om de beschikking te herzien door middel van het terugnemen daarvan in de aanslag voor een volgend jaar.
Voor leningen aan beginnende ondernemers geldt een faciliteit in de inkomstenbelasting. Er moet wel aan een aantal voorwaarden worden voldaan. Zo dient de leningovereenkomst binnen vier weken na het vaststellen daarvan te worden geregistreerd. De faciliteit houdt een extra heffingskorting en een vrijstelling in box 3 in. Verder kent de wet de mogelijkheid om verliezen op dergelijke leningen in aftrek te brengen op het inkomen. Daarvoor is nodig een beschikking waarin de inspecteur verklaart dat het kwijtgescholden gedeelte van de geldlening niet meer voor verwezenlijking vatbaar is. Zonder die beschikking is aftrek in principe niet mogelijk. Desondanks stond de belastingdienst de aftrek toch toe in het geval van iemand die in 1999 een lening verstrekte aan zijn dochter. Zij was een startende ondernemer die de lening gebruikte ter financiering van haar ondernemingsvermogen. De dochter staakte de onderneming in 2001. Bij de regeling van de aanslag voor het jaar 2001 liet de belastingdienst een gedeelte van het verlies op de lening van ƒ 100.000 in aftrek toe. Voor het resterende gedeelte gaf de belastingdienst een voor bezwaar vatbare beschikking af. In zijn aangifte 2002 bracht de vader het resterende deel van de lening in aftrek. De belastingdienst stond de aftrek niet toe. Volgens de rechtbank heeft de belastingdienst niet de mogelijkheid om de beschikking te herzien door middel van het terugnemen daarvan in de aanslag voor een volgend jaar.