
De Wet op de Omzetbelasting kent een vrijstelling voor de geneeskundige verzorging van de mens. Op grond van jurisprudentie van het Hof van Justitie EG geldt deze vrijstelling ook voor anderen dan artsen en andere beoefenaren van een door de Wet BIG geregeld beroep, als de verrichte diensten gelet op de beroepskwalificaties van de verrichter van gelijkwaardige kwaliteit zijn. De diensten van een acupuncturist zijn vrijgesteld van omzetbelasting als zij worden verricht door bijvoorbeeld een arts of een fysiotherapeut.
Een acupuncturist, die niet onder de Wet BIG viel, claimde toepassing van de vrijstelling. De inspecteur weigerde de vrijstelling omdat het niveau van de vooropleiding van de acupuncturist onvoldoende bepaalbaar zou zijn. In hoger beroep vond Hof Amsterdam dat de acupuncturist aannemelijk had gemaakt dat zijn opleiding aan het Nederlands College voor Natuurgeneeskunde toereikend was.
Het hof was van oordeel dat de acupuncturist een met artsen en fysiotherapeuten vergelijkbare beroepskwalificatie had. De acupuncturist was lid van de Nederlandse Vereniging van Acupunctuur (NVA) waarvan bijna alle leden arts of fysiotherapeut zijn. De NVA waarborgt de kwaliteit van de diensten van haar leden. Het hof vond daarom dat de diensten van de acupuncturist gelijkwaardig waren aan de diensten van artsen en fysiotherapeuten. Dat betekende dat hij recht had op de vrijstelling van omzetbelasting.