Dienstbetrekking vooruitlopend op toetreding maatschap
Vooruitlopend op een mogelijke toetreding tot de maatschap werkten twee tandartsen, die in het bezit waren van een zelfstandigheidsverklaring voor waarnemers, in deeltijd in een tandartspraktijk. Beide tandartsen werkten op basis van een overeenkomst van praktijkwaarneming. Het UWV merkte de tandartsen aan als verplicht verzekerd voor de werknemersverzekeringen. De rechtbank en vervolgens in hoger beroep de Centrale Raad van Beroep deelden de opvatting van het UWV, omdat er een gezagsverhouding bestond tussen de maatschap en beide tandartsen. De zelfstandigheid van de tandartsen verhinderde het bestaan van een gezagsverhouding niet. Volgens de Centrale Raad van Beroep moest het werken als een soort proeftijd worden beschouwd. Alleen als de maatschapsleden tevreden waren over het werk kon van toetreding tot de maatschap sprake zijn. Daarom was het hoogst onwaarschijnlijk dat er geen verschil in zeggenschap bestond tussen de leden van de maatschap en de betrokken tandartsen.
Vooruitlopend op een mogelijke toetreding tot de maatschap werkten twee tandartsen, die in het bezit waren van een zelfstandigheidsverklaring voor waarnemers, in deeltijd in een tandartspraktijk. Beide tandartsen werkten op basis van een overeenkomst van praktijkwaarneming. Het UWV merkte de tandartsen aan als verplicht verzekerd voor de werknemersverzekeringen. De rechtbank en vervolgens in hoger beroep de Centrale Raad van Beroep deelden de opvatting van het UWV, omdat er een gezagsverhouding bestond tussen de maatschap en beide tandartsen. De zelfstandigheid van de tandartsen verhinderde het bestaan van een gezagsverhouding niet. Volgens de Centrale Raad van Beroep moest het werken als een soort proeftijd worden beschouwd. Alleen als de maatschapsleden tevreden waren over het werk kon van toetreding tot de maatschap sprake zijn. Daarom was het hoogst onwaarschijnlijk dat er geen verschil in zeggenschap bestond tussen de leden van de maatschap en de betrokken tandartsen.