DGA moest vergoeding betalen voor in zijn huis gestalde kunst van BV

Een BV had als belegging een grote kunstcollectie. Een groot deel van de verzameling stond bij de DGA thuis. Volgens de belastingdienst had de DGA daarvoor een vergoeding aan de BV moeten betalen. Daarom bracht de belastingdienst een correctie aan op de aangifte vennootschapsbelasting. De BV bestreed dat omdat naar haar mening de kunstvoorwerpen slechts bij de DGA thuis waren geplaatst vanwege ruimtegebrek op kantoor en vanwege de betere beveiliging. Het Hof volgde het standpunt van de belastingdienst dat de BV de kunstvoorwerpen aan haar DGA ter beschikking stelde. Het Hof ging ervan uit dat de terbeschikkingstelling had plaatsgevonden aan de DGA in zijn kwaliteit als aandeelhouder. Zakelijk handelende partijen zouden voor het ter beschikking stellen van deze kunstvoorwerpen een vergoeding zijn overeengekomen. Volgens het Hof waren zowel de BV als de DGA zich daarvan bewust. Daarom was sprake van een uitdeling van winst. Ten aanzien van de hoogte van de vergoeding voor het ter beschikking stellen van kunstvoorwerpen kon niet rechtstreeks worden aangesloten bij vergoedingen voor het ter beschikking stellen van financiƫle middelen. De BV onderbouwde haar standpunt, dat voor kunst uit dit segment geen huurmarkt bestond en de vergoeding daarom op nihil moest worden gesteld, niet. Wegens gebrek aan door de BV geleverd bewijs volgde het Hof het standpunt van de inspecteur dat de vergoeding op 6% van de waarde van de kunstvoorwerpen moest worden gesteld.
Een BV had als belegging een grote kunstcollectie. Een groot deel van de verzameling stond bij de DGA thuis. Volgens de belastingdienst had de DGA daarvoor een vergoeding aan de BV moeten betalen. Daarom bracht de belastingdienst een correctie aan op de aangifte vennootschapsbelasting. De BV bestreed dat omdat naar haar mening de kunstvoorwerpen slechts bij de DGA thuis waren geplaatst vanwege ruimtegebrek op kantoor en vanwege de betere beveiliging. Het Hof volgde het standpunt van de belastingdienst dat de BV de kunstvoorwerpen aan haar DGA ter beschikking stelde. Het Hof ging ervan uit dat de terbeschikkingstelling had plaatsgevonden aan de DGA in zijn kwaliteit als aandeelhouder. Zakelijk handelende partijen zouden voor het ter beschikking stellen van deze kunstvoorwerpen een vergoeding zijn overeengekomen. Volgens het Hof waren zowel de BV als de DGA zich daarvan bewust. Daarom was sprake van een uitdeling van winst. Ten aanzien van de hoogte van de vergoeding voor het ter beschikking stellen van kunstvoorwerpen kon niet rechtstreeks worden aangesloten bij vergoedingen voor het ter beschikking stellen van financiƫle middelen. De BV onderbouwde haar standpunt, dat voor kunst uit dit segment geen huurmarkt bestond en de vergoeding daarom op nihil moest worden gesteld, niet. Wegens gebrek aan door de BV geleverd bewijs volgde het Hof het standpunt van de inspecteur dat de vergoeding op 6% van de waarde van de kunstvoorwerpen moest worden gesteld.
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u