Deelvissers waren in dienstbetrekking door ontbreken bedrijfsrisico
Volgens de bepalingen van de sociale werknemersverzekeringswetten geldt de arbeidsverhouding van een lid van de bemanning van een vissersvaartuig die aanspraak heeft op een aandeel in de besomming als een dienstbetrekking. Dat geldt echter niet als het bemanningslid tegen de geldelijke gevolgen van arbeidsongeschiktheid is verzekerd bij het Sociaal Fonds voor de Maatschapsvisserij of als hij exploitant van het vaartuig is. Onder verwijzing naar deze bepalingen was de Centrale Raad van Beroep van oordeel dat de bemanningsleden van een aantal vissersschepen in dienst waren bij de eigenaresse daarvan. De eigenaresse had recht op 50% van de besomming en moest daaruit mede het groot en klein onderhoud aan de vaartuigen financieren. De eigenaresse stelde een opbergruimte voor netten en overig visgerei beschikbaar. Zij droeg het economische bedrijfsrisico. Ondanks het bezit van visvergunningen en hun belangrijke rol in de praktische bedrijfsvoering waren de bemanningsleden geen mede-exploitanten, aangezien zij geen economisch risico voor het visserijbedrijf en met name voor de vaartuigen droegen. De bemanningsleden waren verplicht verzekerd. Hun deel in de besomming gold als loon.
Volgens de bepalingen van de sociale werknemersverzekeringswetten geldt de arbeidsverhouding van een lid van de bemanning van een vissersvaartuig die aanspraak heeft op een aandeel in de besomming als een dienstbetrekking. Dat geldt echter niet als het bemanningslid tegen de geldelijke gevolgen van arbeidsongeschiktheid is verzekerd bij het Sociaal Fonds voor de Maatschapsvisserij of als hij exploitant van het vaartuig is. Onder verwijzing naar deze bepalingen was de Centrale Raad van Beroep van oordeel dat de bemanningsleden van een aantal vissersschepen in dienst waren bij de eigenaresse daarvan. De eigenaresse had recht op 50% van de besomming en moest daaruit mede het groot en klein onderhoud aan de vaartuigen financieren. De eigenaresse stelde een opbergruimte voor netten en overig visgerei beschikbaar. Zij droeg het economische bedrijfsrisico. Ondanks het bezit van visvergunningen en hun belangrijke rol in de praktische bedrijfsvoering waren de bemanningsleden geen mede-exploitanten, aangezien zij geen economisch risico voor het visserijbedrijf en met name voor de vaartuigen droegen. De bemanningsleden waren verplicht verzekerd. Hun deel in de besomming gold als loon.