
Een arbeidsverhouding kwalificeert als een privaatrechtelijke dienstbetrekking als aan drie criteria is voldaan. Deze criteria zijn de verplichting tot het persoonlijk verrichten van arbeid, het bestaan van een gezagsverhouding en de verplichting tot het betalen van loon. Niet van belang is welke naam partijen geven aan de arbeidsverhouding.
De deelnemers aan het televisieprogramma "De Gouden Kooi" sloten met de producent een overeenkomst van opdracht. De producent betaalde de deelnemers een schadeloosstelling van € 2.250 voor iedere maand die zij in "De Gouden Kooi" doorbrachten. De producent hield loonheffingen en sociale premies in op deze bedragen.
Op grond van de overeenkomst van opdracht was een deelnemer verplicht zich te houden aan instructies van de producent. Een deelneemster aan het programma vroeg na haar vertrek uit de Gouden Kooi een WW-uitkering aan. Volgens de Centrale Raad van Beroep bestond er tussen de producent en de deelneemster een privaatrechtelijke dienstbetrekking en had zij daarom na beëindiging daarvan recht op een WW-uitkering.
De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie tegen de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep afgewezen. De Centrale Raad van Beroep heeft geen verkeerde uitleg gegeven van het begrip privaatrechtelijke dienstbetrekking.