
Wanneer een BV een voordeel doet toekomen aan een aandeelhouder als zodanig, is sprake van een uitdeling van winst, ook als geen sprake is van een formele winstuitkering. Een uitdeling van winst komt niet in mindering op de winst van de BV en vormt in beginsel belastbaar inkomen voor de aandeelhouder.
Een BV had merkenrechten op haar balans staan. In een aantal landen stond niet de BV maar haar dga geregistreerd als merkgerechtigde. Na de verkoop van de merkenrechten betaalde de BV een deel van de verkoopopbrengst door aan de dga. De vraag was of deze doorbetaling ten laste van de winst van de BV kwam of niet. De inspecteur accepteerde, na door de BV tegen de aanslag gemaakt bezwaar, een deel van de betaling aan de dga als last voor de BV. Het restant van de betaling was naar zijn mening een uitdeling van winst.
De kosten voor de verkrijging van de rechten op de merknaam in diverse landen waren in het verleden steeds door en op naam van de BV gemaakt. De BV had in een lange periode een aanzienlijk bedrag geïnvesteerd in deze rechten, terwijl de dga niets had geïnvesteerd en ook niets had ontvangen uit de exploitatie van de rechten. De rechtbank was van oordeel dat de BV steeds het volledige economische belang bij de verkregen rechten had gehad. In hoger beroep sloot Hof Amsterdam zich bij het oordeel van de rechtbank aan. De rechtbank en het hof waren beide van oordeel dat de volledige opbrengst aan de BV toekwam. Door bij de uitspraak op bezwaar een bedrag van € 200.000 aan de dga toe te rekenen, had de inspecteur de aanslag eerder te laag dan te hoog vastgesteld.