
Ondernemers moeten op hun facturen omzetbelasting in rekening brengen, voor zover de prestaties die zij verrichten belast zijn met omzetbelasting. Wie op een factuur omzetbelasting vermeldt zonder deze op grond van de door hem verrichte prestaties verschuldigd te zijn, moet deze op grond van de wet toch aan de belastingdienst afdragen.
Een gemeente stuurde declaraties aan het Rijk in verband met de door het Rijk toegezegde bijdrage in de kosten die de gemeente moest maken in verband met de aanleg van de Hogesnelheidslijn. De toegezegde bijdrage zou volgens de overeenkomst inclusief omzetbelasting worden uitbetaald. Eveneens volgens de overeenkomst moest op de declaratie de omzetbelasting apart worden vermeld.
De gemeente voldeed de omzetbelasting niet op aangifte. De inspecteur mekte de declaraties aan als facturen waarop melding is gemaakt van omzetbelasting en legde een naheffingsaanslag op.
Hof Den Bosch vond, gezien de vorm en de inhoud van de declaraties, dat de inspecteur gelijk had met zijn stelling dat de gemeente op facturen melding had gemaakt van omzetbelasting. De Hoge Raad oordeelde anders. De declaraties hielden niet meer in dan het opeisen van tussen twee publiekrechtelijke lichamen overeengekomen kostencompensaties tot onderling afgesproken bedragen.