Debetstand winstuitdeling of niet?
Een dga leende geld van zijn BV ter financiering van de kosten die hij maakte in diverse procedures tot herstel van de ernstige bouwkundige gebreken die kort na de oplevering aan zijn woning en het aan de BV verhuurde souterrain werden geconstateerd. De rekening-courantschuld aan de BV bedroeg ultimo 1999 ƒ 600.000. In de loop van dat jaar trad de dga bij een andere werkgever in dienst.
Over de vraag of zijn opnamen in rekening-courant bij de BV als een uitdeling van winst moesten worden aangemerkt was door de BV, de dga en de inspecteur in 1993 al een overeenkomst gesloten. Daarin stond dat de dga de op dat moment bestaande schuld zou aflossen en dat de rente niet mocht worden bijgeschreven. Overschrijding zou worden aangemerkt als een winstuitdeling. In strijd met deze overeenkomst liep de debetstand op en was ook de verschuldigde rente bijgeschreven. Er volgde in 1996 een nieuwe afspraak, waarin een maximale debetstand van ƒ 468.000 was vastgelegd. Desondanks was de schuld eind 1996 toch verder opgelopen. Volgens de gemaakte nieuwe afspraak had de inspecteur in 1996 de winstuitdeling bij het inkomen moeten tellen. In plaats daarvan merkte de inspecteur in 1999 een bedrag van ƒ 610.550 als winstuitdeling aan.
Door de winstuitdeling in 1996 was de rekening-courant per ultimo 1996 tot nihil teruggebracht. Dat hield ook in dat de nieuwe overeenkomst ultimo 1996 was uitgewerkt.
Of de verdere toename van de schuld als een winstuitdeling moest worden aangemerkt diende de inspecteur te bewijzen. Naar het oordeel van Hof slaagde de inspecteur daar niet in.
Een dga leende geld van zijn BV ter financiering van de kosten die hij maakte in diverse procedures tot herstel van de ernstige bouwkundige gebreken die kort na de oplevering aan zijn woning en het aan de BV verhuurde souterrain werden geconstateerd. De rekening-courantschuld aan de BV bedroeg ultimo 1999 ƒ 600.000. In de loop van dat jaar trad de dga bij een andere werkgever in dienst.
Over de vraag of zijn opnamen in rekening-courant bij de BV als een uitdeling van winst moesten worden aangemerkt was door de BV, de dga en de inspecteur in 1993 al een overeenkomst gesloten. Daarin stond dat de dga de op dat moment bestaande schuld zou aflossen en dat de rente niet mocht worden bijgeschreven. Overschrijding zou worden aangemerkt als een winstuitdeling. In strijd met deze overeenkomst liep de debetstand op en was ook de verschuldigde rente bijgeschreven. Er volgde in 1996 een nieuwe afspraak, waarin een maximale debetstand van ƒ 468.000 was vastgelegd. Desondanks was de schuld eind 1996 toch verder opgelopen. Volgens de gemaakte nieuwe afspraak had de inspecteur in 1996 de winstuitdeling bij het inkomen moeten tellen. In plaats daarvan merkte de inspecteur in 1999 een bedrag van ƒ 610.550 als winstuitdeling aan.
Door de winstuitdeling in 1996 was de rekening-courant per ultimo 1996 tot nihil teruggebracht. Dat hield ook in dat de nieuwe overeenkomst ultimo 1996 was uitgewerkt.
Of de verdere toename van de schuld als een winstuitdeling moest worden aangemerkt diende de inspecteur te bewijzen. Naar het oordeel van Hof slaagde de inspecteur daar niet in.