Correctie premieloon door te hoge vergoeding
Werkgevers kunnen de reiskosten van hun werknemers vergoeden. Vergoedingen van reiskosten zijn aan bepaalde maxima gebonden. Als een werkgever het vervoer van zijn werknemers zelf regelt, bijvoorbeeld door het instellen van een busdienst, kan de werkgever geen vergoeding geven voor de met dat vervoer afgelegde afstand.
Een werkgever die op de luchthaven Schiphol was gevestigd had voor zijn personeel parkeerplaatsen geregeld aan de rand van de luchthaven. Vanaf de parkeerplaatsen werden de werknemers met bussen vervoerd naar de werkplaats. Bij de bepaling van de vergoeding voor woon-werkverkeer volgens het destijds geldende reiskostenforfait had de werkgever geen rekening gehouden met de afstand waarover de werknemers gebruik maakten van het vervoer per bus. Daardoor was de vergoeding voor een aantal personeelsleden belast omdat de afstand enkele reis van huis tot de parkeerplaats minder dan 10 km bedroeg. Na een controle werden de reiskostenvergoedingen alsnog tot het loon gerekend. Daarbij werd voor de premieheffing rekening gehouden met niet ingehouden loonheffing, omdat de werkgever afzag van het verhalen van de nageheven loonbelasting op de werknemers.
Er volgde een procedure over de naheffing van premies, waarin de vraag centraal stond of het gratis busvervoer tussen de parkeerplaats en het terminalgebouw van de luchthaven wel vervoer vanwege de werkgever was. Het vervoer werd namelijk niet door de werkgever maar door de Luchthaven Schiphol geregeld. Toch was sprake van vervoer vanwege de werkgever, omdat de werkgever zijn werknemers in de gelegenheid stelde om te parkeren op de luchthaven waar vandaan het aansluitende vervoer naar de werkplek was geregeld. Dat gratis vervoer gold voor iedereen met een zogenaamde Schipholpas. De werkgever betaalde de kosten van deze pas voor zijn werknemers. Om die reden vond de Centrale Raad van Beroep dat het vervoer door de werkgever gebeurde. Daarmee stond vast dat de vergoeding voor woon-werkverkeer was gebaseerd op onjuist berekende afstanden.
Werkgevers kunnen de reiskosten van hun werknemers vergoeden. Vergoedingen van reiskosten zijn aan bepaalde maxima gebonden. Als een werkgever het vervoer van zijn werknemers zelf regelt, bijvoorbeeld door het instellen van een busdienst, kan de werkgever geen vergoeding geven voor de met dat vervoer afgelegde afstand.
Een werkgever die op de luchthaven Schiphol was gevestigd had voor zijn personeel parkeerplaatsen geregeld aan de rand van de luchthaven. Vanaf de parkeerplaatsen werden de werknemers met bussen vervoerd naar de werkplaats. Bij de bepaling van de vergoeding voor woon-werkverkeer volgens het destijds geldende reiskostenforfait had de werkgever geen rekening gehouden met de afstand waarover de werknemers gebruik maakten van het vervoer per bus. Daardoor was de vergoeding voor een aantal personeelsleden belast omdat de afstand enkele reis van huis tot de parkeerplaats minder dan 10 km bedroeg. Na een controle werden de reiskostenvergoedingen alsnog tot het loon gerekend. Daarbij werd voor de premieheffing rekening gehouden met niet ingehouden loonheffing, omdat de werkgever afzag van het verhalen van de nageheven loonbelasting op de werknemers.
Er volgde een procedure over de naheffing van premies, waarin de vraag centraal stond of het gratis busvervoer tussen de parkeerplaats en het terminalgebouw van de luchthaven wel vervoer vanwege de werkgever was. Het vervoer werd namelijk niet door de werkgever maar door de Luchthaven Schiphol geregeld. Toch was sprake van vervoer vanwege de werkgever, omdat de werkgever zijn werknemers in de gelegenheid stelde om te parkeren op de luchthaven waar vandaan het aansluitende vervoer naar de werkplek was geregeld. Dat gratis vervoer gold voor iedereen met een zogenaamde Schipholpas. De werkgever betaalde de kosten van deze pas voor zijn werknemers. Om die reden vond de Centrale Raad van Beroep dat het vervoer door de werkgever gebeurde. Daarmee stond vast dat de vergoeding voor woon-werkverkeer was gebaseerd op onjuist berekende afstanden.