
Gelieerde bedrijven moeten onderlinge diensten en leveringen tegen zakelijke prijzen aanbieden. In de praktijk gebeurt dat niet altijd. Een aardig voorbeeld daarvan is een concern dat aanvankelijk zelf annuleringsverzekeringen aanbood aan haar klanten, maar op enig moment een herverzekeringsmaatschappij oprichtte, waar een groot deel van de winst op de annuleringsverzekeringen terecht kwam. Deze herverzekeringsmaatschappij was gevestigd in Ierland. De Belastingdienst slaagde erin te bewijzen dat de feitelijke uitoefening van de verzekeringsactiviteiten niet zodanig was gewijzigd dat de resultaten van die activiteiten geheel aan de herverzekeringsdochter moesten worden toegerekend.
De rechtbank Den Haag was van oordeel dat de moedermaatschappij zich op onzakelijke gronden winst had laten ontgaan ten gunste van haar Ierse dochtervennootschap. Behoudens een beperkte winstopslag op de doorberekende kosten voor de werkzaamheden van de herverzekeringsmaatschappij, rekende de rechtbank de winst van de dochter toe aan de moedermaatschappij. De Belastingdienst had eerder de volledige winst van de dochter aan de moedermaatschappij toegerekend.