Conversierecht belast bij verkrijging

Een NV had een 33%-belang in een BV. Aan deze BV verstrekte de NV een converteerbare obligatielening met een nominale waarde van ƒ 10 miljoen, een rente van 8% per jaar en een looptijd van 7 jaar. In 1998 vond vervroegde conversie plaats. De NV realiseerde daarbij een voordeel dat onder de deelnemingsvrijstelling viel en dus niet met vennootschapsbelasting was belast. De NV had de contante waarde van het conversierecht niet tot haar winst gerekend. Volgens het Hof hoefde dat ook niet. De Hoge Raad was het met deze opvatting van het Hof niet eens. Dat de BV als uitgever van de converteerbare obligatielening de waarde van het toegekende conversierecht niet ten laste van haar winst mocht brengen had niet tot gevolg dat belastingheffing bij de obligatiehouder over de waarde van het conversierecht achterwege kon blijven, aldus de Hoge Raad. Ten overvloede merkte de Hoge Raad nog op dat de rechtsbetrekking tussen de houder van een converteerbare obligatie en de vennootschap, bij wie het conversierecht kan worden uitgeoefend, overeenkomt met die van een aandeelhouder. Dat betekent dat alle onderlinge transacties buiten de winstsfeer worden afgewikkeld. De voordelen uit het conversierecht zijn voordelen uit (toekomstig) aandeelhouderschap en vallen onder de deelnemingsvrijstelling als de bij conversie te verkrijgen aandelen bij de obligatiehouder onder de deelnemingsvrijstelling (zouden) vallen.
Een NV had een 33%-belang in een BV. Aan deze BV verstrekte de NV een converteerbare obligatielening met een nominale waarde van ƒ 10 miljoen, een rente van 8% per jaar en een looptijd van 7 jaar. In 1998 vond vervroegde conversie plaats. De NV realiseerde daarbij een voordeel dat onder de deelnemingsvrijstelling viel en dus niet met vennootschapsbelasting was belast. De NV had de contante waarde van het conversierecht niet tot haar winst gerekend. Volgens het Hof hoefde dat ook niet. De Hoge Raad was het met deze opvatting van het Hof niet eens.
Dat de BV als uitgever van de converteerbare obligatielening de waarde van het toegekende conversierecht niet ten laste van haar winst mocht brengen had niet tot gevolg dat belastingheffing bij de obligatiehouder over de waarde van het conversierecht achterwege kon blijven, aldus de Hoge Raad.
Ten overvloede merkte de Hoge Raad nog op dat de rechtsbetrekking tussen de houder van een converteerbare obligatie en de vennootschap, bij wie het conversierecht kan worden uitgeoefend, overeenkomt met die van een aandeelhouder. Dat betekent dat alle onderlinge transacties buiten de winstsfeer worden afgewikkeld. De voordelen uit het conversierecht zijn voordelen uit (toekomstig) aandeelhouderschap en vallen onder de deelnemingsvrijstelling als de bij conversie te verkrijgen aandelen bij de obligatiehouder onder de deelnemingsvrijstelling (zouden) vallen.
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u