
Ter voorkoming van uit fiscaal oogpunt ongewenste handelingen als onbelaste of laagbelaste afkoop na emigratie door een Nederlandse pensioengerechtigde, legt Nederland bij emigratie een conserverende aanslag inkomstenbelasting op over de waarde van de pensioenrechten. Deze aanslag dient ter behoud van de fiscale claim. De vraag of een dergelijke aanslag is toegestaan werd door iemand die naar België emigreerde in hoger beroep voorgelegd aan Hof Den Haag. Onder verwijzing naar een arrest van de Hoge Raad oordeelde het hof dat het opleggen van een conserverende aanslag in strijd is met de goede trouw bij het uitleggen van verdragen. Het hof vernietigde de conserverende aanslag en de beschikking revisierente.
In cassatie oordeelde de Hoge Raad anders. Volgens de Hoge Raad verhindert de goede trouw bij de uitlegging en toepassing van het verdrag niet dat Nederland wegens de emigratie naar België aan een belastingplichtige een conserverende aanslag oplegt voor zijn pensioenaanspraken. Nederland zal in een aantal gevallen als bronstaat bevoegd zijn om belasting te heffen over het pensioen. Verder hoeft een conserverende aanslag in beginsel niet te worden betaald, omdat de ontvanger uitstel van betaling moet verlenen zonder dat hij bezwarende voorwaarden mag stellen. Wanneer er binnen een termijn van tien jaren geen zogenoemde besmette handeling ten aanzien van het pensioen heeft plaatsgevonden moet de ontvanger de aanslag kwijtschelden.
Het is wel in strijd met de goede trouw als de ontvanger een conserverende aanslag invordert omdat er na emigratie een besmette handeling heeft plaatsgevonden waarbij de heffingsbevoegdheid is toegewezen aan het woonland.
Volgens de Hoge Raad heeft Hof Den Haag de opgelegde conserverende aanslag ten onrechte wegens strijd met het verdrag met België vernietigd. Dat geldt ook voor de beschikking inzake de revisierente, die de conserverende aanslag volgt.